RSS feed

Hoffelijkheid en haar grenzen

Geplaatst op

De voorbije dagen was er nogal wat te doen over de aanbevelingen van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) aan het adres van zowel automobilisten als fietsers. Ongetwijfeld zijn ze goed bedoeld, maar ze getuigen vooral van een sterk voorruitperspectief, zoals Dirk De Doncker aantoonde op zijn steeds sterker wordende blog.

Zo roept het BIVV automobilisten op om “hoffelijk” te zijn en niet op het fietspad te parkeren – wat uiteraard niets méér is dan het naleven van de wet. Omgekeerd worden fietsers opgeroepen om “bij druk verkeer” achter elkaar te fietsen om het verkeer niet te hinderen.

Een oproep waaruit we leren dat “verkeer” voor het BIVV nog altijd “autoverkeer” is en dat fietsers een probleem zijn voor de vlotte afwikkeling van dat verkeer – en dus geen deel van de oplossing.

Bovendien vraag het BIVV fietsers hier afstand te doen van hun wettelijk recht om binnen de bebouwde kom naast elkaar te fietsen.

Niet dat er iets mis mee is met het verzoek om een recht niet uit te oefenen. Zo’n vraag zou ik bijvoorbeeld logisch vinden aan het adres van rechtdoor rijdende automobilisten wanneer fietsers op een verkeerslichtengeregeld kruispunt linksaf willen slaan. Eerst die fietsers doorlaten, zodat ze niet onbeschermd tegen ongeduldig achteropkomend autoverkeer in het midden van een kruispunt moeten staan wachten, dàt is hoffelijk. Maar de wetgeving is recent zelfs zo aangepast dat het ‘afgeven’ van je voorrang wettelijk niet eens meer mag. Handig voor de verzekering achteraf, maar het dient niet altijd de verkeersveiligheid.

Wat echter vooral stoort in de oproep om “bij druk verkeer” achter elkaar te fietsen is de asymmetrie (fietsers moeten inboeten, van automobilisten wordt alleen het minimum verlangd) én de complete negatie van het sociale karakter van fietsen – of is het een perfide omkering ervan? Een praatje maken met een medefietser of je kind fysiek afschermen is dan plots niet meer sociaal maar het tegendeel ervan, want in het nadeel van de automobilisten. Dat die automobilisten meestal alleen zitten in hun brede cocon, daaraan wordt domweg voorbijgegaan. Een alternatief advies van het BIVV aan de automobilisten zou kunnen zijn: neem bij “druk verkeer” de fiets. En als het niet anders kan dan met de auto, wat kan, kijk even of je niemand een lift kan geven. Dat verkeersveiligheid en een modal shift richting volhoudbare vervoersmodi nauw met elkaar verbonden zijn, werd de voorbije week treffend geïllustreerd door de hoopgevende ongevallencijfers in Gent. Sedert de invoering van het mobiliteitsplan daar, nam het totale aantal ongevallen er af met 29,8%, het aantal ongevallen met zwaargewonden met 25%. Het zou mooi zijn mocht iemand, behalve de maatschappelijke opbrengst, daar ook eens de tijdswinst van berekenen. Tenslotte is dat voor de aanhangers van de Kerk van de Doorstroming toch altijd de ultieme toetssteen.

En over doorstroming gesproken. Van de week was ik (met vier in de auto, op de terugweg van een heelkundige ingreep in het ziekenhuis – laat ik maar even anticiperen op de commentaren) zelf even een stuk van de avondfile in Mol. Daar heeft het gemeentebestuur borden geplaatst met de tekst ‘Sta je stil? Geef fietsers de ruimte’. Dat is niet alleen een fietsvriendelijkere variant op de BIVV-campagne maar ook een impliciete erkenning dat fietsers in de spits gewoon de file voorbijrijden.

De Molse oproep tot hoffelijkheid bleek, zoals uit mijn snapshot mag blijken, overigens maar een beperkt succes te hebben: voor fietsers bleef het slalommen tussen de links en rechts stilstaande stalen harnassen, terwijl het inademen van de diesel- en benzinewalmen natuurlijk gewoon onvermijdelijk was.

Opdrachtje voor de critici van het Gentse mobiliteitsplan: tel het aantal mensen in deze “drukke” straat.

Al bij al doet ook deze campagne denken aan de wanhoopsslogan van de tabaksindustrie enkele jaren voor het rookverbod er kwam: “Roker of niet-roker? Geen belang, zolang je maar hoffelijk blijft.” Het had natuurlijk wél belang en niet alleen voor de rokers zelf. Niet-rokers werden door de keuze van de anderen de factor rokers, zij het passieve.

De, ongetwijfeld al evenzeer goedbedoelde, oproep van het Molse gemeentebestuur is dan ook een sympathieke poging om met een appèl op individuele keuzes geen beleidskeuzes te hoeven maken.

Maar uitstel is zelden afstel. Fietsers zijn de passieve rokers van het verkeer.

Advertenties

Over deanderekrispeeters

Mobiliteitsexpert en blikopener bij Bandenloze Vennootschap DAKP. Levert onafhankelijk mobiliteitsadvies, second opinions en creatieve ondersteuning aan bewonersgroepen, oudercomités, bedrijven en overheden. Voor vrijblijvende info: deanderekris@gmail.com Geeft lezingen over mobiliteit voor wie er klaar voor is. Zie: http://www.v-g-s.be/ Auteur van 'Het Voorruitperspectief' (2000), 'De File Voorbij' (2010) en 'Weg van mobiliteit' (2014). Schrijft daarnaast onder meer columns, opiniebijdragen, sporadische bijdragen her en der en - surprise! - blogberichten.

»

  1. “afstand te doen van hun wettelijk recht om binnen de bebouwde kom achter elkaar te fietsen”. Ik ken de regels in Belgie niet, maar In deze zin lijkt een cruciaal foutje in te zitten.

    Beantwoorden
    • Lapsus. Moet zijn ‘naast’. Is intussen aangepast!

      Beantwoorden
      • En om ook daar geen twijfel over te laten bestaan. Ook buiten de bebouwde kom hebben fietsers het recht om met twee naast elkaar te fietsen. Alleen moeten ze dan ook achter elkaar gaan fietsen om achteropkomend verkeer door te laten.

        En ook daarop is nog de uitzondering dat dit niet van toepassing is voor groepen van wielertoeristen van 15 of meer. Het is overigens grappig dat er bijzondere regels zijn voor fietsen in groep, maar dat de regel over met twee naast elkaar mogen fietsen (bij groepen) uitdrukkelijk spreekt van ‘wielertoeristen’.

        “43bis.2.1. De wielertoeristen die in een groep van ten minste 15 tot ten hoogste 50 deelnemers rijden, zijn niet verplicht de fietspaden te volgen en zij mogen bestendig met twee naast elkaar op de rijbaan rijden op voorwaarde dat zij gegroepeerd blijven.”

        M.a.w. in de veronderstelling dat een groep schoolkinderen of ouderen op een elektrische fiets (om maar iets te noemen) niet beschouwd kunnen worden als ‘wielertoeristen’ moeten deze groepen wel op het fietspad rijden en hebben ze niet het recht om ‘bestendig met twee naast elkaar op de rijbaan te rijden’.

  2. Het probleem daar in Mol is natuurlijk: aan welke kant geef je ruimte? Het meest logisch is ruimte vrijhouden aan de rechterkant. Maar wettelijk verplicht moet je ruimte houden aan de linkerkant. Dus dan doet iedereen maar iets en moeten fietsers slalommen. Ik denk dat ik al een voorstel heb voor een eerste fietsvriendelijke beleidsmaatregel.

    Beantwoorden
  3. “Fietsers zijn de passieve rokers van het verkeer.” En intussen is er weer een uitstootschandaal, waar geen enkele autogebruiker wakker van zal liggen en dat weer weinig schuldigen zal opleveren of beboeten. http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.3014602

    Beantwoorden
    • Er zijn al wat studies gemaakt rond de luchtkwaliteit in de auto. Deze blijkt zeer sterk tegen te vallen. In veel gevallen zelf erger dan deze op een relatief korte afstand naast de weg (fietspad dat net niet naast de weg ligt). Maar blijkbaar wordt daar zeer weinig gewag rond gemaakt of durft men er niet over te praten om de autogebruiker niet af te schrikken.

      Door veel te spreken over de luchtvervuiling die fietsers en voetgangers te “slikken krijgen” lijken ze te bewerkstelligen dat het in de auto gezonder is dan errond. Wat helemaal niet klopt. Er zijn auto’s die een luchtfilter hebben om de luchtvervuiling weg te filteren. En dat kan wel helpen, maar aangezien veel mensen beknibbelen op de uitgaven van de auto (en velen klagen over het duur onderhoud) zal het vervangen van deze filter wel op zich laten wachten, waardoor het in de auto nog erger kan worden. (er wordt wel meer gezegd dat geen filter dikwijls beter is dan een vuile filter)

      Ik zeg nu niet dat we bewust naast de auto’s moeten gaan fietsen. Ik kies ook bewust om in autoluwe straten te fietsen (al moet ik een omweg maken), ik kies zelfs bewust voor jaagpaden als deze mogelijk zijn. Het is niet zozeer voor de vervuiling, maar wel voor de drukte en het gevaar dat ik het doe, dat ik daardoor (hopelijk) schonere lucht kan inademen neem ik er graag bij.

      Beantwoorden
  4. Hoffelijk zijn kan ook gevaarlijk zijn. Stel dat een auto hoffelijk zijn voorrang opgeeft en stopt om de fietser links te laten afslaan. De (brom)fietser achter de auto heeft niets in de gaten en rijdt rechts op het fietspad voorbij de wagen, terwijl de fietser links afslaat. Die heeft de (brom)fietser niet zien komen omdat de gestopte wagen het zicht belemmert. Ik rij zelf ook dikwijls met de fiets, en ik kom heel wat hoffelijke bestuurders tegen die me zo ongewild in gevaarlijke situaties brengen. Zie ook Kasterlee(d), waar een hoffelijke vrachtwagenchauffeur stopte, de fietsers overstaken en gegrepen werden door een andere bestuurder. Hoe slecht of onveilig een kruispunt ook is, het beste blijft nog steeds om de voorrangsregels toe te passen en op te letten met hoffelijkheid.

    Desondanks wil ik niets afdoen van het pleidooi om meer vanuit het standpunt van de fietser/voetganger te denken en minder vanuit het standpunt van de autobestuurder. Op heel wat plekken geraakt de fietser gewoon een kruispunt niet meer over als het de voorrangsregels toepast, omdat het verkeer te druk is. Dan voldoet het kruispunt niet en moet je het anders inrichten. Maar dat gebeurt gewoon niet, of rijkelijk laat. En zeker in stedelijke gebieden en woonwijken moet je de vraag stellen waar we de auto nog willen. In mijn buurt is er een straat, zone 30, die door veel doorgaand verkeer gebruikt wordt, om de file op de gewestweg te omzeilen, op weg naar de aanpalende industriezone. De overlast is er hels, elke morgen en avond opnieuw. De kruispunten aan het begin en einde van de straat zijn totaal niet voorzien op het drukke verkeer. De moedige mensen die met de fiets naar hun werk in de industriezone gaan, worden er van de baan gereden en weggedrumd en riskeren telkens opnieuw een zwaar ongeval, zeker op de kruispunten. Dan denk ik: sluit die straat gewoon af, maak er een doodlopende weg van voor alle verkeer, behalve voor voetgangers en fietsers. De vrijheid van de bewoners van die weg om met hun auto alle richtingen uit te kunnen wordt dan misschien ingeperkt, de file op de gewestweg wordt misschien een beetje langer, maar in ruil krijgen de bewoners een rustige en veilige straat en kan de fietser al een pak veiliger naar het werk.

    Beantwoorden
  5. Ik fiets sinds kort dagelijks 15km naar kantoor over merendeel rustige landbouwwegen.
    Ik ben nu vrolijk ’s morgens ipv gefrustreerd van het aanschuiven. En met een batterij op de bagagedrager heb je altijd wind achter.

    Ik kom ze een aantal keer per week tegen, auto’s op landbouwwegen die absoluut niet inhouden om een fietser te kruisen of voorbij te steken en die je in volle vaart rakelings voorbij vliegen.
    Tegenliggers zijn meestal de ergste, ze komen recht op je af.
    Mijn tactiek: niet op het uiterste randje van het baanvak gaan rijden maar zo lang mogelijk 1 meter afstand houden van de rand zodat de auto niet anders kan dan een beetje inhouden en plaats maken.
    “’t zijn mensen die zelf nooit fietsen”, denk ik dan.

    Beantwoorden
    • Het (toenemend) sluipverkeer op landbouwwegen is al een tijdje bekend. Getuige daarvan zijn de tractorsluizen die meer en meer beginnen op te duiken.

      Beantwoorden
    • Dat doe ik ook op zo’n wegen of op wegen met beperkt eenrichtingsverkeer waarbij ik (legaal dus) tegen de richting fiets. Ik rijd bijna in het midden van de weg tot ik merk dat de automobilist naar behoren is afgeremd om dan ruimte te maken.
      Ik zou liever niet willen dat dat nodig is, je ‘rechten’ moeten afdwingen is zelden fijn. Maar het is de enige manier om te voorkomen dat ik op regelmatige basis aan onverantwoord hoge snelheid gekruist wordt.

      Beantwoorden
  6. Dat van die roetfilters heb ik een jaar geleden al doorgestuurd naar de VRT, nooit reactie op gekregen.
    Echte hoffelijkheid van fietsers is de fiets thuis laten staan en met de auto rijden, dan rijden ze tenminste niet in de weg van de auto’s, het enige voertuig dat recht heeft op een plekje op de weg.

    Vooraleer u reageert op dit tekstje, informeer eens wat over de stijvorm ‘ironie’

    Beantwoorden
  7. Fietser moeten zich er ook van bewust zijn dat ze deelnemen aan het verkeer, dat wil zeggen om links af te slaan linker hand uitsteken, om rechts af te slaan rechter hand uitsteken enz…Dit is ook verplicht bij het voorbijsteken van een andere fietser. Ook zijn een bel en goede verlichting van groot belang. Het naadt elkaar rijden is toegelaten al het de andere weggebruikers niet hinderd ( dit kunnen ook voetgangers zijn) . Op een fietspad bevinden zich ook verkeersborden die er niet enkel staan om tegen te leunen. Ha ja ik fiets zelf ook, maar heb soms schrik als ik bepaalde mensen op de fiets tegekom.

    Beantwoorden
    • Vervang eens fietser door auto en linker-, rechterhand uitsteken door richtingaanwijzers gebruiken (gisteren bij een fietstocht van 16 km viel me op dat minder dan de helft de richtingaanwijzers gebruikte op de kruispunten). Ook een goede verlichting bij auto’s is van belang. Het gebrek aan dat laatste begint de laatste jaren ook op te vallen. Zag ik bvb 4 jaar geleden 2-3 auto’s per week met defecten aan de lichten. Dit jaar zijn er geen dagen dat ik er geen zonder defecten zie. Ik zie verbazend veel auto’s met maar 1 dimlicht en ook zijn er veel problemen met de achter- en remlichten.

      Beantwoorden
    • Vergis je niet, ik ben voor hoffelijk gedrag en pleit niet voor het om ‘ten koste van alles’ de eigen rechten op te eisen. En ik ben mij er bewust van dat er ook heel wat asociaal gedrag is van fietsers en dat ook voor andere fietsers een probleem vormt.

      Maar om de puntjes op de i te zetten:

      – De verplichting om richtingsverandering aan te geven door het hand uit te steken is er enkel als dit veilig mogelijk is. (Bepaalde slechte wegen maken dat onmogelijk.)

      Kan je uitleggen hoe men voetgangers hindert door op de baan of het fietspad met twee naast elkaar te rijden?

      Beantwoorden
    • Op een fietspad bevinden er zich inderdaad helaas soms verkeersborden. Die dienen niet om te leunen, maar staan daar flink in de weg. De autobestuurders zouden moord en brand schreeuwen mochten er verkeersborden op de rijweg staan.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: