RSS feed

Hoge Rielen neemt hoge vlucht

Geplaatst op

Sedert de opkomst van de auto is mobiliteitsbeleid in wezen niets anders dan het proberen terug te dringen van de nefaste invloeden ervan tot een niveau dat wij eufemistisch ‘leefbaar’ zijn gaan noemen.

‘Leefbaar’. Wie al eens één van mijn lezingen bijwoonde weet het: leefbaar is zoveel als ‘er nog niet aan ten onder gaan’. Zoals in: ‘De relatie met mijn echtgenote is leefbaar’. Ik denk dat we elkaar begrijpen.

Het is meer dan een taalspelletje. Het is een kwestie van ambitie. Hoe hoog leg je de lat?

In het mobiliteitsbeleid zoals dit thans bedreven wordt niet hoog dus. Daar is ‘leefbaar’ ruim voldoende. Mobiliteitsbeleid komt dan ook meestal neer op het zo goed en zo kwaad mogelijk reduceren van de risico’s en de hinder tot een ‘aanvaardbaar niveau’. In Vlaanderen betekent dit bijvoorbeeld concreet dat we onszelf op de borst zullen kloppen wanneer er in 2020 ‘maar’ 200 doden (iets meer dan een dode om de twee dagen) op onze wegen zullen vallen. Een straat verklaren we ‘veilig’ wanneer ze oversteekbaar is door een mentaal en fysiek gezonde volwassene. Oversteekbaarheid door kinderen, ouderen of mensen met een handicap vinden we te hoog gegrepen.

We accepteren dan ook bij voorbaat dat er in het verkeer nu eenmaal doden vallen. Veelzeggend was de uitlating van procureur Frédéric Van Leeuw in De Standaard dat “het een illusie is om te denken dat al onze inspanningen voor een veiliger verkeer alle ongevallen uitsluiten” en dat er “op het vlak van terreurbestrijding wél (het accent is mijn toevoeging – dakp) nog wat marge bestaat om onze opsporingsmogelijkheden te versterken”. Nochtans moet ik maar heel even mijn hoofd buiten steken om lieden te spotten die anderen in levensgevaar brengen en dat niet ‘per ongeluk’ maar systematisch…

De kern van het probleem is dat we de oorzaak niet in vraag durven te stellen. De auto wordt beschouwd als een voldongen feit.

Realisme is dan niet: onder ogen zien dat de auto verantwoordelijk is voor heel veel verlies aan leefkwaliteit. Realisme is dan: de auto is er nu eenmaal en we moeten ermee leren leven. Versta: wij moeten ons aanpassen aan de auto en niet andersom.

Woonerf met gebruiksaanwijzing

Woonerf met gebruiksaanwijzing

 

Daardoor is ons publiek domein verworden tot een opeenstapeling van verbodsbepalingen, handleidingen en bijsluiters vol disclaimers.

Zo wordt mobiliteitsbeleid in essentie een beleid dat gericht is op de disciplinering van de slachtoffers van de niet-automobilisten: kinderen, voetgangers, fietsers – tot en met dieren die moeten leren binnen hun reservaten te blijven of de ecoducten te gebruiken.

Gelukkig zijn er hier en daar uitzonderingen op de regel: plaatsen waar het mobiliteitsbeleid niet de auto maar de mens en zijn omgeving als uitgangspunt neemt. Denk aan de steeds langer wordende lijst van steden die de uitzichtloosheid van het en-en-beleid onderkennen (meestal na het te hebben ervaren) en waar hele gebieden autoluw of zelfs autovrij worden gemaakt.

Circa 250 hectaren (bijna) helemaal zonder auto’s. Met dank aan de Koude Oorlog.

Sinds kort mogen we aan die lijst ook verblijfsdomein Hoge Rielen in Tielen (Kasterlee) toevoegen. Directeur Bert Mellebeek, nochtans een zelfverklaard autoliefhebber, zag al snel in dat het concept ‘verblijfsdomein’ zich slecht verhoudt met het concept ‘auto’: alle snelheidslimieten, verkeersdrempels en parkeerbeperkingen ten spijt, het bleef altijd dweilen met de kraan open.

Dus maakte hij de enige juiste keuze en pakte het probleem aan bij de wortel. Hij had auto’s eenvoudig kunnen verbieden op het verblijfsdomein, maar dan had hij het zijn gasten én zijn personeel knap lastig gemaakt. Het domein zou dan auto-loos zijn geworden in plaats van auto-vrij. De gebruikers zouden dan wellicht niet méér, maar juist minder bewegingsvrijheid hebben ervaren.

In de plaats ervan herdachten Bert Mellebeek en co de Hoge Rielen vanuit de mens en vanuit de kwaliteiten van het domein. De auto-vrijheid, begrepen als een geminimaliseerde auto-afhankelijkheid, moest immers geen handicap worden maar een troef.

En dat is gelukt. Vorige dinsdag werden op een ‘inspiratiedag bewegingsvrijheid’ de nieuwe Hoge Rielen voorgesteld. Alle verkeerssignalisatie ging op de schop en werd vervangen door een “wayfinding”-systeem dat uitgedacht is vanuit fietsers en voetgangers.

Voor tot het minimum beperkte uitzonderingen is er een ‘autolus’. Dat is, toegegeven, een toegeving, maar nog altijd een fundamentele omkering van de verhoudingen: het zijn nu de auto’s die teruggedrongen zijn tot hun reservaatje. Overigens kreeg de autolus een aantal nieuwe toegangen vanuit de parking om de afstanden zo kort mogelijk te houden.

Auto’s worden in de regel achtergelaten aan de rand van het domein en ingewisseld voor een scala aan alternatieven: te voet gaan, fietsen, bakfietsen, gocarts en alles daartussen…

Het in- en uitpakken van kamp- en kampeermateriaal, tot nog toe een corvé met aan- en afrijdende motorvoertuigen voorafgaand aan het eigenlijke verblijf, wordt nu een fun-element dat integraal deel uitmaakt van de beleving. Ik zag hier de perfecte illustratie van wat ik bedoel met “gelukkige mobiliteit”: veilig, gezond, inclusief, betaalbaar en plezant.

En dat er veel volk op kan…

Gedaan met de angst voor te snel rijdende auto’s en met de ergernissen over lawaai en stank van motoren in deze natuurlijke omgeving die rust en zuiverheid wil ademen. Zo is niet alleen de kwaliteit van het (zich) verplaatsen nu toegenomen tot een niveau ver boven dat van de leefbaarheid, maar ook die van de plek zelf. Zodat het nu nog meer dan vroeger de moeite loont om naar de Hoge Rielen te gaan.

En daar was het allemaal om begonnen.

Advertenties

»

  1. Karen Geurts

    Wat een taalbeheersing. En dan niet eens vanuit literair oogpunt – overtuigend kunnen uitdrukking geven aan whatever is al bijzonder lovenswaardig – maar als het ware toevallig en louter om een maatschappelijke visie duidelijk en aantrekkelijk te maken voor anderen. Love it, en weeral onder de indruk.

    Beantwoorden
  2. Zie je iets dergelijk toepasbaar voor steden? (Persoonlijk zie ik dit, weliswaar onder ietwat andere vormen, wel mogelijk – maar als ik dat af en toe voorstel krijgt het idee bakken kritiek.)

    Beantwoorden
    • Nu heet dat buurtparkings en gecentraliseerde bezoekersparking.

      Maar inderdaad, enkel daar nog auto’s toelaten te parkeren, is voor velen reden om kritiek te geven. Al helemaal als er enkel met de auto gereden mag worden op de lus naar die buurtparking en in de rest niet.

      Enkel nog vuilnisophaling en prioritaire voertuigen die passeren in de straat (en fietsers, voetgangers, fietstaxi’s, bakfietsen, steps, skateboard…), dat zouden toch zalige buurten moeten zijn om in te leven! “I have a dream…” zei MLK, hij is niet de enige 🙂

      Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: