RSS Feed

De kwestie ‘fiets’


Op 7 maart kopte De Standaard naar aanleiding van het nieuwe Onderzoek Verplaatsingsgedrag: “We nemen het liefst de auto, ook voor korte afstanden”. En boven een ander stuk: “Verder dan 600 meter? Liever met de auto.” In het artikel: “De auto wint nog altijd terrein. (…) De auto is de onbetwiste koning en vergroot nog zijn ­voorsprong op alle andere vervoersmiddelen: 53 procent van al onze verplaatsingen doen we met de wagen. In 2008 was dat nog 47 procent. De fiets boert zelfs achteruit: van 14 naar 11,3 procent. Ook te voet gaan doen we nu minder dan toen. “

Negen dagen later titelde diezelfde krant: “Ook fietser staat nu al in de file.” En in het artikel: “Er wordt meer en verder gefietst, wijzen tellingen uit. (…) Tellingen tonen aan dat het fietsverkeer in Vlaanderen in een jaar met ongeveer 2 tot 6 procent is toegenomen. De groei tekent zich af in de kernen van steden en gemeenten en langs de fietssnelwegen.”

Hoe kan dat? Wordt er nu meer of minder gefietst?

Hoewel de titels bepaald tegenstrijdig zijn, zat de verklaring voor de ogenschijnlijke tegenspraak wel impliciet in de artikels. Het Onderzoek Verplaatsingsgedrag had het over geaggregeerde cijfers voor heel Vlaanderen. De tellingen van Fietsberaad maakten het dan weer mogelijk om onderscheid te maken naar plaats. De verklaring bleek eenvoudig: er wordt op sommige plaatsen meer gefietst en op andere minder. Meer in de steden en op de zogenaamde fietssnelwegen. Minder daarbuiten. Beweringen als “de Vlaming fietst minder” of “we rijden meer met de auto” verhullen dus meer dan ze mededelen. Meten is niet noodzakelijk weten. Het hangt er maar vanaf wat je met de resultaten aanvangt. Gooi je ze eenvoudig op één hoop of doe je de moeite om ze verder te analyseren?

In het laatste geval ontdek je dat er meer gefietst wordt waar de fiets concurrentieel is met de auto (in de stad, waar het parkeren problematisch is en de congestie groot) en waar het veilig en comfortabel kan (op fietssnelwegen, in autoluwe zones). Dan komen de ‘teleurstellende’ fietsaandelen plots in een heel ander daglicht te staan. Dan zijn ze niet langer het bewijs van een falend fietsbeleid, maar juist van de afwezigheid van zo’n fietsbeleid.

Roze fiets (3)

Een artikel dat focuste op de politieke keuzes zou niet zijn blijven steken in vrijblijvend ach en wee over onze collectieve gemakzucht. Het zou relevantie hebben gehad voor de politieke beslissingen die vandaag worden genomen.

Maar blijkbaar hebben we daar een instinctieve afkeer van. Als we van politieke keuzes al geen technologische uitdagingen maken, dan wel een kwestie van hoogstpersoonlijke voorkeuren. Zo wordt het maatschappelijke individueel en wordt een in wezen politiek debat een zaak van ongeoorloofde inmenging in het persoonlijke leven van mensen. Luister maar eens naar de argumenten van de tegenstanders van het Gentse mobiliteitsplan.

In het geval van fietsen komt daar nog bij dat het probleem ongemerkt geherformuleerd wordt. Een vraag naar initiatieven van het beleid wordt geruisloos hertaald in een vraag naar bereidheid tot persoonlijke opoffering. Zo blijft fietsen ook gedefinieerd als de zware, noodzakelijkerwijs onprettige lichamelijke in-spanning die het is in de ogen van niet-fietsers, in plaats van als de vanzelfsprekende lichamelijke én mentale ont-spanning die het zou kunnen zijn.

Dat tweederde van de Nederlanders fietsen spontaan in verband brengt met “vreugde” is in dit licht dan ook veel meer dan een zoveelste weetje.

Advertenties

Over deanderekrispeeters

Mobiliteitsexpert en blikopener bij Bandenloze Vennootschap DAKP. Levert onafhankelijk mobiliteitsadvies, second opinions en creatieve ondersteuning aan bewonersgroepen, oudercomités, bedrijven en overheden. Voor vrijblijvende info: deanderekris@gmail.com Geeft lezingen over mobiliteit voor wie er klaar voor is. Zie: http://www.v-g-s.be/ Auteur van 'Het Voorruitperspectief' (2000), 'De File Voorbij' (2010) en 'Weg van mobiliteit' (2014). Schrijft daarnaast onder meer columns, opiniebijdragen, sporadische bijdragen her en der en - surprise! - blogberichten.

»

  1. Herman Janssens

    Eigenlijk is dit een non-discussie. We fietsen zeker minder dan in de jaren 50.
    En daar gaat het niet om.

    Waar het wel om gaat?

    We fietsen TE WEINIG.

    Beantwoorden
  2. Het persbericht dat Fietsberaad Vlaanderen verspreidde, vroeg wel degelijk naar fietsvriendelijk en politiek initiatief: “Deze resultaten pleiten voor een fietsvriendelijk beleid in stads- en dorpskernen. (…) Het aantal fietsers neemt toe en dat vraagt om meer ruimte. Gemeenten kunnen hierop inspelen door de aanleg van een zone 30, van fiets- en schoolstraten en door aangepaste circulatie- en parkeermaatregelen die het autoverkeer beperken in snelheid of aantal. Die maatregelen zullen bovendien de toename van het aantal fietsers versnellen.”
    Ik was niet gelukkig met de framing door Het Journaal op Eén; De Correspondent van De Standaard gaf de resultaten mee na zich bijkomend en uitgebreid te informeren. En lees het tweede artikel nog eens goed, want de journalist legt de link wel degelijk onder de subtitel “Tegenstrijdig?”.

    Beantwoorden
    • Dag Wout, in het tweede artikel wordt de link inderdaad wél gelegd: dat heb je als je niet ver genoeg scrollt. Mijn excuses.
      Ik heb mijn blogtekst wat dit betreft dan ook aangepast.
      Overigens denk ik niet dat het verschil tussen de OVG-resultaten en de Fietsberaadresultaten in de eerste plaats te maken heeft met ‘meer mensen, dus meer verplaatsingen’. Ook het OVG zelf geeft aan dat er elementen zijn die wijzen op een hoger en mogelijk groeiend fietsaandeel in (grotere) steden in vergelijking met het ‘platteland’.
      Tot slot is er ook het verschil in tijd. Het OVG 4.5 heeft betrekking op de periode september 2012-september 2013, terwijl de telgegevens van 2016 dateren. Een verschil van 3 à 4 jaar lijkt me wel relevant genoeg om te vermelden.

      Beantwoorden
      • Cijfers OVG5.1: januari 2015-januari 2016. Ik ben geen statisticus maar wil toch enige voorzichtigheid bij de interpretatie van OVG5.1 aanbrengen.
        1) Er is een nieuwe categorie tov OVG 4.5: de elektrische fiets.
        2) Om representatief te zijn wordt gewerkt met ophogingsfactoren voor bepaalde bevolkingsgroepen. Die variëren van 0,33 tot 3,5. Zeker voor kleine groepen kunnen die een grote impact hebben.
        3) Als het over fietsen in woon-werkverkeer gaat, gaat het over een 35-tal fietsers. Ik vermoed dat statistici zullen onderschrijven dat je een (fiets)beleid niet kunt beoordelen op 35 individuen.

        Dit gezegd zijnde, volgens mij legt Kris wel degelijk de vinger op de wonde plek: of we meer fietsen hangt niet af van “nabijheid”, maar wel van “omgeving” (fietssnelwegen zoals blijkt uit fietstelweek Fietsberaad en steden zoals blijkt uit OVG5.1 – tabellenrapport: tabel 108).

      • Het zomeruur speelt me duidelijk parten… OVG 4.5 was inderdaad niet het onderzoek waar het hier over gaat. Wel 5.0 en dat is, gelukkig, een stuk recenter.

  3. De mainstreammedia zijn niet meer wat ze waren. Ze zijn nu een onbetrouwbare bron, een dagelijkse braakmachine vol leugens en halve leugens, afgegleden naar een soort pravda’s. De onderzoeksjournalist van weleer is een uitstervend ras geworden – doelbewust, men maakt er geen geld voor vrij. Dankzij het internet geraken mensen nog aan veel bronnen, men moet er echter zo’n 10-tal naast mekaar leggen om met een brok gezond verstand een juister oordeel te vormen. Als men de moeite om de studies door te lezen – wie doet dat nog – stuit men op zaken die journalisten uit de context hebben gerukt, hebben opgeblazen. M.a.w. we doen wat journalisten behoren te doen. Vrije journalistiek is dood. Ook de studies zelve zijn niet zelden verdacht, nl. onvrij omdat ze in opdracht vàn uitgevoerd zijn om in een bepaalde richting te gaan. Dus ook niet vrij, nl. niet zonder bepaalde belangen.
    Ook op op de grootste bibliotheek ter wereld ziet men meer en meer censuur ( door facebook, google,…) waar nochtans vrije meningsuiting zou moeten primeren. Het communisme komt terug, in een andere vorm (dit heet soms ‘islamisering’ als ideologische tendens, politieke correctheid als uitvloeisel ervan is zo’n vorm van censuur), de Europese waarden (van de verlichting e.d.) staan op het spel, ja, de mens zoals we deze nu kennen in onze westerse wereld wordt in zijn bestaan bedreigd.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: