RSS Feed

What’s in a word?


comodaliteit

 

Is het u ook al opgevallen dat wat ooit multimodaliteit heette tegenwoordig comodaliteit heet? Als het u niet opgevallen was, let er vanaf nu dan eens op. Al zou het kunnen dat comodaliteit ook alweer z’n beste tijd gehad heeft. Van de week hoorde ik dat de Brusselse mobiliteitsminister Pascal Smet het over intermodaliteit had. En de nieuwe Vlaamse minister van mobiliteit heeft het zelfs over combi-mobiliteit, waarbij ik mij vooral veel politiemanschappen voor de geest haal.

Multimodaliteit, comodaliteit, intermodaliteit, combimodaliteit… Allemaal onderling inwisselbaar, zegt u? Voor de gewone sterveling zeker wel. Voor ongewone stervelingen zoals ondergetekende mobiliteitsnerd is er wel degelijk een verschil.

Het begrip ‘comodaliteit’ werd in 2006 door de Europese Commissie gemunt in haar evaluatie van het Witboek uit 2001. De term had toen vooral betrekking op goederenvervoer, maar gaandeweg werd hij uitgebreid tot het terrein van de personenmobiliteit.

Dat was geen neutrale, laat staan een onschuldige evolutie. Zat ‘multimodaliteit’ nog in een context van een maatschappelijk en politiek gewenste modal shift richting volhoudbare modi, dan herbergde comodaliteit veel meer een nevenschikking, waarbij alle vervoerswijzen als ‘gelijkwaardig’ werden beschouwd. Dat ik geen spoken zie, bewijst een Aanbeveling van de Mobiliteitsraad Vlaanderen uit 2007. Daarin werd de Vlaamse regering opgeroepen om het begrip beter te (laten) definiëren: “Zonder een eenduidige definitie en de mogelijkheid om maatschappelijke keuzs naar voor te schuiven is dit begrip weinig bruikbaar voor het beleid.” En de MoRa voegde eraan toe dat het begrip volgens haar niet verzoenbaar was met het uitgangspunt van het Vlaams mobiliteitsbeleid, te weten het STOP-principe dat een duidelijke volgorde en dus hïërarchie hanteert.

Een rake analyse, wat mij betreft. Een mens vraagt zich dus af wat de MoRa twee jaar later bezielde om het begrip ‘comodaliteit’ gewoon over te nemen in haar Mobiliteitsrapport. Zo heeft er een geruisloze evolutie plaatsgevonden richting een opnieuw belangrijkere plaats voor het wegvervoer. Mét de stilzwijgende goedkeuring van de Mora die het kennelijk niet meer haar taak vindt op inconsistenties in het beleid te wijzen.

Nochtans is het STOP-principe nog steeds één van de twee decretaal verankerde hoofdprincipes van het Vlaamse mobiliteitsbeleid. Dat daar in de praktijk vrijwel niets van terecht komt in de verdeling van de middelen (miljardeninvesteringen in auto-infrastructuur, drastische besparingen in het openbaar vervoer, fietsbeleid gereduceerd tot de aanleg van fietspaden) of in de verdeling van de ruimte, blijkbaar wordt het niet eens meer opgemerkt.

Laat ik een kleine voorspelling doen: nog even en het STOP-principe wordt officieel begraven met de actieve medeplichtigheid van, hoe cynisch kunnen de dingen uitpakken, de bedenkers ervan.

PS. De foto werd genomen in Utrecht, waar ze het STOP-principe niet kennen maar wel (vaak) toepassen.

PS2. Voor de lezers uit Nederland: http://nl.wikipedia.org/wiki/STOP-principe

Advertenties

Over deanderekrispeeters

Mobiliteitsexpert en blikopener bij Bandenloze Vennootschap DAKP. Levert onafhankelijk mobiliteitsadvies, second opinions en creatieve ondersteuning aan bewonersgroepen, oudercomités, bedrijven en overheden. Voor vrijblijvende info: deanderekris@gmail.com Geeft lezingen over mobiliteit voor wie er klaar voor is. Zie: http://www.v-g-s.be/ Auteur van 'Het Voorruitperspectief' (2000), 'De File Voorbij' (2010) en 'Weg van mobiliteit' (2014). Schrijft daarnaast onder meer columns, opiniebijdragen, sporadische bijdragen her en der en - surprise! - blogberichten.

»

  1. maartenverbiest

    Wat een toeval (of bestaat dat niet?)! Gisteren waren we met een Leuvense delegatie in Utrecht. We werden ontvangen op het stadhuis, en één van ons vroeg of ze het STOP-principe kenden. Het antwoord was inderdaad ‘neen’, maar sinds gisteren weet men het dus wél..

    Beantwoorden
  2. Overigens spreekt de Vlaamse mobiliteitsminister nu over combi-mobiliteit.

    Beantwoorden
  3. Ik fiets dagelijks in Utrecht maar ik ken ook niet het STOP-principe.

    Ware het nog een unieke afkorting, dan zou de zoekmachine nog hulp kunnen beiden maar dat is hier niet.

    Beantwoorden
  4. Sowieso is het niet uitzonderlijk dat een overheid zichzelf tegenspreekt en daar blijkbaar (bijna) geen haan naar kraait.
    Onlangs kwam het AWV (een overheidsdienst van de Vlaamse overheid) uit met een ‘verlichtingsplan’. Wat er in dat verlichtingsplan staat over het verlichten van bepaalde fietspaden is in strijd met wat er in het vademecum fietsvoorzieningen staat. Nochtans is ook dat vademecum afkomstig van de Vlaamse overheid.

    Beantwoorden
    • Ik heb al dikwijls de indruk gehad dat AWV graag een eigen koers vaart en zich niet stoort aan anderen. Jammer genoeg is het vademecum geen verplichte kost, hoewel het dat zou moeten zijn en dan nog in de vorm van minimumnorm.

      Beantwoorden
      • Het fietsvademecum leest helaas als een handleiding voor recreatieve fietspaden. De ontwerp snelheden liggen laag, de hellingsnormen zijn zo danig flauw dat ze ertoe leiden dat fietsbruggen sneuvelen wegens technisch niet haalbaar, …
        Maar het is een lijvig document en voor het helemaal up to date is zal er nog heel wat water naar de zee moeten vloeien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: