RSS Feed

Roman of geen roman, that’s (not) the question

Geplaatst op

Crossovers. In de autowereld zijn ze de gewoonste zaak van de wereld geworden. Sportwagens met vier deuren. Kleine autootjes met sportwagenmotoren. Terreinwagens ‘voor de stad’. Enzovoort. Hoe vastomlijnd de categorieën vroeger waren, zo vaag en onbestemd zijn ze nu. En of de crossovers nu een verrijking zijn voor onze mobiliteit of niet, het antwoord op die vraag is zo mogelijk nog vager en onbestemder.

Dat gevoel heb ik ook in de literatuur. Voortdurend zijn auteurs op zoek naar nieuwe uitdrukkingsvormen, manieren om de wereld nauwsluitender te kunnen omvatten, een betere vorm te vinden voor de inhoud die ze willen brengen. Sommige auteurs hebben die zoektocht zelfs tot een ware kunst verheven. Denken we bijvoorbeeld aan Raymond Queneau die al in 1947 zijn beroemde ‘Exercises de style’ (Stijloefeningen) publiceerde en later een ‘werkplaats voor potentiële literatuur’ (het ‘Oulipo’) oprichtte waar onder meer Georges Perec deel van uitmaakte. Die laatste verkende grondig de grenzen door o.m. een boek te schrijven zonder de letter ‘e’ (La Disparition, ongelooflijk maar waar vertaald in het Nederlands (’t Ndrlands) onder de titel ’t Manco) of door een kluwen van verhalen (slechts verbonden door het iele feit dat ze zich allemaal in hetzelfde Parijse gebouw afspelen) te schrijven, La Vie mode d’emploi, romans. Een andere zoeker naar nieuwe vormen was de Argentijnse Fransman Julio Cortàzar die onder meer een boek schreef waarvan de hoofdstukken hetzij in de klassieke volgorde hetzij als een hinkelspel (‘wippend van het ene nummer naar het andere’) kunnen worden gelezen (‘El rayuelo’ of ‘Het hinkelspel’).

En al moet er worden toegegeven dat de roman van vandaag niet meer de 19e eeuwse roman is, dat onder meer de bovengenoemde heerschappen pareltjes hebben afgeleverd, en dat de ‘graphic novel’ echt wel een plaats heeft veroverd en meer dan waarschijnlijk een blijvertje is, toch blijft de vaststelling dat al dat experimentele gewroet niet heeft kunnen verhinderen dat de goede oude genres van weleer nog altijd de dienst uitmaken: romans, kortverhalen, poëzie, essays, wetenschappelijke literatuur, dagboeken, bio- en autobiografieën, columns en cursiefjes, romans in al hun varianten (van historische roman over brievenroman tot sciencefiction), strips… Als ik ze zo opsom (zonder de ambitie om volledig te zijn), dan is meteen duidelijk hoeveel genres er al zijn en meteen ook des te verwonderlijker dat schrijvers er met zoveel verbetenheid nog nieuwe genres aan willen toevoegen. Je moet al van goeden huize zijn om hier iets echt nieuws aan te kunnen toevoegen dat – mogen we dat als voorwaarde stellen? – ook een meerwaarde heeft.

Een tijdje geleden las ik ‘Een filosofie van de fiets’ van Hans Declercq dat de indruk wekt een verzameling te zijn van autobiografische bespiegelingen (‘notities’) van een fanatieke fietser in Londen. ‘De indruk wekt’, schreef ik, want bij nader inzien staat er op de (pracht)kaft, behalve ‘Londense notities’, even goed het predikaat ‘roman’.

Dat ergerde mij eerlijk gezegd. Niet omdat het in de strikte zin geen roman zou zijn. Als ik de omschrijving er op nasla in Wikipedia is het boek dat inderdaad niet: te weinig plot, te weinig intrige en ontwikkeling van de personages. Maar Wikipedia voegt er meteen aan toe dat die definitie niet altijd opgaat. Sommigen gaan dan ook zo ver te stellen dat de definitie van het genre zo ruim is dat als een auteur zijn boek ‘roman’ noemt het dat ook daadwerkelijk is. Als Hans Declerck zijn boek mordicus ‘roman’ wil noemen en dit verdedigt met een zoektocht naar nieuwe vormen voor nieuwe gedachten, dan is dat zijn zaak. Toch?

Niet dus. Want ik las de vermelding als een disclaimer, een boodschap die zei: ik schrijf hier wel van alles, maar ik zeg lekker niet wat waar is en wat niet, laat staan wat ik meen en wat ik zo maar uit mijn nek klets. Dat leek me net iets te gratuit en te makkelijk en als lezer voelde ik me bij de neus genomen.

Nu, zoveel weken later (na eindeloos herkauwen), oordeel ik er genuanceerder over. Om te beginnen omdat het er (alvast voor mij) eigenlijk niet toe doet of de romances van Hans Declerck werkelijk hebben plaats gevonden dan wel aan zijn fantasie ontsproten zijn. En voorts omdat de gedachten die in het boek onder woorden worden gedacht gerust op hun eigen merites kunnen beoordeeld worden. Het is niet omdat een romanfiguur iets zegt dat het niet waar is.

Toch was het nog wachten op de lectuur van Stéphane Hessels boek (zie https://deanderekrispeeters.wordpress.com/2012/06/18/levenslessen-van-stephane-hessel/ ) vooraleer ik me er helemaal mee kon verzoenen. Hessel citeert op pagina 28 Ernesto Sabato die stelt dat de roman vandaag “het enige observatorium is van waaruit we de mens in zijn geheel kunnen beschouwen.”

Al zal hier wel sprake zijn van enige (literaire) overdrijving, er zit veel waarheid in. Romans kunnen inderdaad worden beschouwd als vrijhavens voor de gedachten en een manier van naar de wereld kijken die fundamenteel verschilt van alle andere manieren om ernaar te kijken. En zie, alsof de duivel ermee gemoeid was, vorige vrijdag sloeg ik De Standaard der Letteren open en in een interview met de Spaanse schrijver Javier Marias werden mijn laatste twijfels weggenomen. Er bestaat een literaire manier van nadenken over de dingen, zei de man, “zoals je ook een wetenschappelijk, een wiskundig, een psychologisch en een filosofisch denken hebt.”

Daarmee sluit hij naadloos aan bij wat ik ook al intuïtief aanvoelde: romans kunnen een even waardevolle bron van inzichten zijn als wetenschappelijke studies.

Het is alvast één reden waarom ook Hans Declercq, of minstens de romanversie ervan, in mijn volgende boek een rolletje zal mogen spelen.

  • DECLERCQ HANS, Een filosofie van de fiets, Londense notities, roman, De Bezige Bij, Antwerpen, 2012, 183 blz.
  • Hans Declercq heeft overigens een zeer lezenswaardige blog http://hansdeclercq.blogspot.be
Advertenties

Over deanderekrispeeters

Mobiliteitsexpert en blikopener bij Bandenloze Vennootschap DAKP. Levert onafhankelijk mobiliteitsadvies, second opinions en creatieve ondersteuning aan bewonersgroepen, oudercomités, bedrijven en overheden. Voor vrijblijvende info: deanderekris@gmail.com Geeft lezingen over mobiliteit voor wie er klaar voor is. Zie: http://www.v-g-s.be/ Auteur van 'Het Voorruitperspectief' (2000), 'De File Voorbij' (2010) en 'Weg van mobiliteit' (2014). Schrijft daarnaast onder meer columns, opiniebijdragen, sporadische bijdragen her en der en - surprise! - blogberichten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: