RSS Feed

Categorie archief: stedenbouw

Toegelaten te spelen

Geplaatst op

De laatste veertig-vijftig jaar is er een sluipende omkering gebeurd van wat als normaal wordt bevonden. Ooit mochten kinderen vrijwel overal spelen. Nu zijn ze teruggedrongen tot hier en daar nog een mini-reservaatje. Kinderen zijn de indianen van de wereld.

De ruimten die hen nog resten, vaak letterlijke restruimten, zijn doorgaans omheind om de auto’s buiten te houden en de kinderen binnen. Het resulteert in een apartheid waar niemand zich nog vragen bij stelt.

Ik weet niet of de Olense kindergemeenteraad zich ten volle bewust was van het provocerende karakter van haar daad: ergens een bord planten met de boodschap dat spelen “toegelaten” is.

Spelen? Nu ja. Ik durf er om te wedden dat een kind dat hier een put graaft of een kamp bouwt op de vingers wordt getikt.

Maar het statement is er niet minder door. Het is een schrijnende aanklacht die ons volwassenen het schaamrood zou moeten bezorgen. Jef Nijs is dood, maar de kinderrevolutie is noodzakelijker dan ooit.

Sprookje aan de rand van de stad

Geplaatst op

Wie het boek van Jef Staes over de ‘red monkeys’ heeft gelezen, weet het: de grootste ‘biodiversiteit’ vinden we niet in het hart van organisaties, maar aan de randen ervan. Voor steden is dat niet anders. Het is aan de rafelige randen dat alles in beweging is, waar nieuwe bewoners nieuwe ideeën en gewoonten binnenbrengen en de alternatieve cultuur clasht met de dominante.

Ook in Bordeaux is dat het geval. Een eind voorbij de noordelijke tramterminus, in een stedelijke zone waar oude vervallen loodsen afgewisseld worden met chique nieuwbouw-condominia, stootte ik op een tuin met intrigerende kunstwerken. Al fotograferend waagde ik me steeds verder op wat misschien wel privéterrein was. Tot ik voor dit huis stond: “Aha,” dacht ik, “hier wonen ze dus, de graffitijongens en -meisjes.” Mijn gedachte was nog niet koud of daar ging Hans-en-Grietje-gewijs het deurtje open.

“Nu zullen we het krijgen,” dacht ik. Een mens zit vol vooroordelen. Dat is de schuld van sprookjes, maar ook van allerlei veiligheidsmechanismen die onze geest met eigen ervaring en die van anderen tot de zijne heeft gemaakt. Bovendien heb ik nooit een hoge pet opgehad van het spuitbusgespuis. Het heeft de arrogantie om de eigen smaak letterlijk aan iedereen op te dringen, met respect voor niets of niemand.

Maar vooroordelen zijn er om weerlegd te worden. “Bonjour,” zei het niet eens onknappe meisje, ” wilt u de expositie zien? U mag zoveel foto’s maken als u wil.” En kijk, nog voor ik geantwoord had, toverde ze een grote sleutel tevoorschijn waarmee ze een zware ijzeren poort van een hangar te lijf ging. Luttele ogenblikken later kriepte die open. Het meisje bediende een schakelaar en voor mijn oog verscheen de grot van Ali Baba. Of toch een goede kopie ervan.

Ik waagde me naar binnen, onder de zwarte boog van een reuze-koptelefoon door. “Alles mag worden aangeraakt,” zei het meisje vriendelijk en al had ik daar nu niet direct behoefte aan, het klonk geruststellend. De ijzeren loods stond vol met kunstwerken, de meeste uit metaal, gekleurd glas en spiegelglas. Door de bijzondere verlichting gaf het geheel een bepaald feeërieke indruk die met mijn pockettoestelletje totaal niet te behappen was.

Dus gaf ik mijn ogen de kost, wetende dat ik thuis niet meer op foto’s zou kunnen zien wat ik gezien had.

Voorwaar, dat was nog eens een oude, haast vergeten manier van kijken. En verdomd als het niet waar is: ik zie die hangar en zijn hele inboedel nog altijd gedetailleerd voor me. Blijkt mijn geheugen soms toch nog fotografisch te zijn!

De Esplanade des Quinconces

Geplaatst op

U vraagt, wij draaien (soms door). Naar aanleiding van de kleine discussie alhier over ‘groen’ op stedelijke pleinen vroeg iemand naar stichtende voorbeelden.

Welnu, hier is er één dat volgens mij een eervolle vermelding verdient: de Esplanade des Quinconces in Bordeaux. Weliswaar aangelegd tussen 1827 en 1858, maar dat kan je ook zien als een bewijs van kwaliteit: blijkbaar heeft het alle modes doorstaan en wordt het nog altijd naar waarde geschat. Overigens betekent dat niet dat de tijd er is blijven stilstaan. Intussen glijdt de tram er door en de grote open ruimte in het midden wordt intensief gebruikt voor manifestaties en evenementen allerhande.

Ik was er in de gietende regen, tijdens een voorjaarsbuitje, tijdens een doordeweekse regenvlaag en ook wel tijdens een plensbui en in de stortregen. En al kon ik de bescherming van het groendak appreciëren, ik heb zo’n flauw vermoeden dat het er bij zomerse zonneschijn nog aangenamer moet zijn.

Toen de gevels nog spraken

Geplaatst op

Er is een tijd geweest dat veranderingen zo langzaam gingen dat de mensen nog geloofden in de eeuwigheid. Dat de naam of de bestemming van een huis ooit zou veranderen, dat kwam niet eens bij hen op. Dus was het niet zo gek om hem in de gevel te beitelen of in beton te gieten. De langzaamheid van die tijd nam ook de vorm aan van letterlijke traagheid in de straat: mensen wandelden nog veel.

De stad hoefde zich nog niet met schreeuwerige levensgrote, bij voorkeur generische boodschappen te richten op de vernauwde blik die kenmerkend is voor snelverkeer. Dus loonde het nog de moeite om aandacht te besteden aan details, zelfs al bevonden die zich enkele verdiepingen boven de hoofden van de mensen.

De hedendaagse flaneur kan er nog de resten van ontdekken, vaak verweerd en onder een roetlaag van het verkeersgeweld, maar soms ook in zijn oude eer en glorie hersteld – misschien in de hoop dat op een dag het verkeer opnieuw tot mensenmaat zal zijn teruggebracht, zodat er weer volop van genoten kan worden.

Verschuivende lusten en (vooral) lasten

Geplaatst op

We blijven nog even in Lier. Ik leer intussen dat het er nog altijd rommelt over de verkeerscirculatie in het centrum. De knip werd door het stadsbestuur weer afgeschaft en een alternatief circulatieplan kwam in voege, nog voor de definitieve situatie kans had gehad zich te bewijzen. Die fout wordt wel eens meer gemaakt: al te gemakkelijk gaat men eraan voorbij dat een belangrijk deel van mobiliteit een kwestie van gewoontegedrag is. Het duurt een tijdje voor dat gewijzigd is – en dus moet je het ook dat tijdje geven om zich aan te passen.

Het nieuwe circulatieplan heeft de autodruk kennelijk naar weer andere straten verschoven – het lijkt wel sterk op de soap van de nachtvluchten in Zaventem… Vandaag stelde de N-VA een compromisplan voor dat ‘de lasten en de lusten rechtvaardig verdeelt’, waarop onmiddellijk door weer andere gedupeerden werd gereageerd.

Tja, dit is gedoemd om een never ending story te zijn zolang men de oorzaak niet durft aan te pakken: er is te veel autoverkeer in de stad. Een stad die inzet op leefkwaliteit moet Koning Auto van zijn troon durven stoten en resoluut kiezen voor het soort verkeer dat wél rijmt met nauwe straatjes en een grote dichtheid van functies en mensen: voetgangers en fietsers. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat mensen die slecht ter been zijn veroordeeld worden tot immobiliteit. Het is een sprookje dat die allemaal zelf een auto hebben (veeleer integendeel: het autobezit daalt sterk boven de 65 jaar) en voor taxi’s kan vanzelfsprekend een uitzondering worden gemaakt.

Overigens stelde ik tijdens mijn wandeling door Lier vast dat er een tegenbeweging van Lierse gezinnen (de klanten van de middenstand zeg maar) op gang is gekomen. Met een sobere maar veelzeggende affiche, die in sommige straten huis aan huis hangt, maken ze duidelijk dat de leefkwaliteit van een stad niet wordt bepaald door de vlotheid van het doorgaand verkeer…

Zie ook: http://deanderekrispeeters.wordpress.com/?s=De+%27auto-koppen%27

Liers plezier

Geplaatst op

Ze is nog niet helemaal af, de Markt van Lier. Maar omdat wij van alle markten willen thuis zijn, gingen we toch maar al eens een kijkje nemen. Na de autovrije Markt van Geel en, iets langer geleden die van Turnhout, hebben we de smaak te pakken (al doet het pijn dat mijn eigen gemeente, Herentals, hopeloos achterblijft).

Het is niet vanzelf gegaan, het proces naar de nieuwe Markt.Er kwamen veel zwarte vlaggen en middenstandsdemagogie aan te pas. Maar het resultaat mag er wat mij betreft wezen. Ook hier is gekozen voor een sobere aanleg met, voor het verkeer dat nog toegelaten is, een zacht maar efficiënt gesuggereerde rijloper. De materiaalkeuze is wat ruwer dan in Geel, maar gezien de historische gevels rondom (iets waarvan ze in Geel niet bepaald ‘last’ hebben) de juiste. Met uitzondering wellicht van het middengedeelte dat echt wel oneffen ligt en weinig loopvriendelijk is.

Ook die van Lier hebben ervoor gekozen de stenen vlakte te breken met water – al is het doelpubliek hier duidelijk al wat ouder: ronde kuipen met een fontein en een geiserachtige installatie die af en toe stoom spuit fascineren de voorbijgangers. Een paars licht zorgt in de duisternis ongetwijfeld voor een mystieke sfeer, nog versterkt door het geluid van klankschalen dat mysterieus opklinkt uit ronde roosters in de grond. Benieuwd of deze gadget overeind gaat blijven of spoedig op klachten van hoorndol geworden omwonenden zal stuiten.

De keuze voor strakke, hoekige lantaarnpalen is gedurfd, maar alleszins meer verantwoord dan de historiserende exemplaren die je in soortgelijke omgevingen wel eens aantreft.

De wachthaltes voor De Lijn zijn nog niet helemaal klaar, maar in al hun moderne eenvoud staan ze hun mannetje in deze monumentale omgeving.

Ook mooi tenslotte dat ook hier het beleid de moed heeft gehad om komaf te maken met de terrassenbouwsels van de horeca, waardoor ook die gevelpartijen nu helemaal tot hun recht komen.

De Markt van Lier, je komt er voortaan voor je plezier…

Enige punt van kritiek is de vrijwel volledige afwezigheid van groen op het plein, waardoor het voor sommigen te kaal en te koud is. Voor het klassieke tegenargument, dat dit plein ‘stedelijk’ is en dus stenig mag zijn, heb ik nu minder begrip dan enkele jaren geleden. Steeds meer voorbeelden in binnen- en buitenland tonen aan dat de tegenstelling stad-groen een valse is en dat ze elkaar helemaal niet hoeven uit te sluiten.

Je komt er, je blijft er (een beetje hangen)

Dit weekend herontdekten de Geelenaars hun Markt. Van een duffe parking met veel zoekverkeer verpopte die tot een plein dat als stadsliving kan fungeren. Kan? Zal! Zoveel is nu al duidelijk: het ontwerp wérkt.

We kunnen gerust gewagen van een breuk met het verleden, want de stad Geel heeft niet bepaald een geweldige reputatie als het gaat om de inrichting van het publieke domein.

Maar hier zit het duidelijk snor. De terrassen, gestoken in eenzelfde, rustbrengend kleedje, zaten afgeladen vol. Het grote plein werd van gevel tot gevel benut door gezinnen met kinderen. Sommige kinderen beleefden de dag van hun leven dankzij de variabele fonteinen die, samen met de suggestieve ‘paden’, de ruimte perfect breken.

De materialen werden goed gekozen: comfortabel beloopbaar en befietsbaar en schijnbaar stevig genoeg om in de toekomst alle evenementen – van kermis over markt tot muziekfestival – te dragen. Idem dito voor het straatmeubilair met o.m. fraaie houten banken die uitnodigen tot verschillende leun- en zithoudingen en moderne verlichtingspalen op maat van de ‘living’. Alleen jammer dat men ook niet meteen de lelijke elektriciteitskasten heeft weggewerkt. Dat zou wel meer hebben gekost, maar op een totaal van 4 miljoen euro is dat marginaal. Zoals een Herentalse schepen zaliger ooit placht te zeggen: wie over de kop kan, moet ook over de staart kunnen…

Nog een geruststellend woordje over het verkeer. De regionale televisiezender wist te melden dat “alle verkeer” over de Markt voortaan verboden is. Gelukkig is dit niet zo. Het verbod geldt alleen voor gemotoriseerd verkeer (met uitzondering van het openbaar vervoer en bestemmingsverkeer) en dus niet voor fietsers en voetgangers… Daarbij heeft men voor een oplossing zonder verdwijnpalen gekozen. Een bord met de waarschuwing ‘camerabewaking’ én een hooggemonteerde camera (met nummerplaatherkenning) zouden voldoende moeten zijn om de weldoende kalmte van deze nieuwe stadsliving te waarborgen.

Met deze eerste positieve indruk ben ik nu natuurlijk benieuwd wie de ontwerper was. Ik heb een vermoeden, maar de website van de stad Geel heeft het alleen over de naam van de aannemer…

Park Güell: van privé naar publiek en weer terug?

Het Park Güell is één van de topattracties van Barcelona en dit zowel voor de toeristen als voor de bewoners. Wat weinigen weten is dat het ooit werd opgezet als een ‘groen verkavelingsplan’: opdrachtgever Güell vroeg in het jaar 1900 aan architect Gaudi om een woonproject te ontwerpen met villa’s in een parkomgeving. De inspiratie daarvoor haalde Güell uit zijn zakenreizen naar Engeland. De tuinwijken (die, ook dat weten weinigen, op hun beurt geïnspireerd waren op de Vlaamse begijnhoven) zeiden hem wel wat en qua aanleg waren het de Engelse landschapsparken die model stonden, wat de Engelse schrijfwijze (“Park”; in het Catalaans “Parc”)) verklaart.

Anders dan de tuinwijken was het project bedoeld voor de begoeden. Vandaar allicht dat er een muur annex hek omheen moest en dat er twee gebouwen voor bewakers werden neergepoot.

Het project kwam evenwel niet van de grond. De kandidaat-kopers vonden dat het project te ver van de stad lag, wat in die tijd inderdaad ook nog zo was. In plaats van de voorziene 62 villa’s werden er maar twee gebouwd en één daarvan werd dan nog gekocht door Gaudi zelf (de twee villa’s werden overigens wel ontworpen door andere architecten). Na de dood van Güell in 1918 schonk de familie het domein aan de stad Barcelona. Die maakte er het publieke park van dat we vandaag kennen.

Een positieve evolutie dus die vandaag, als gevolg van de crisis die Spanje treft, dreigt te worden teruggedraaid. Het stadsbestuur van Barcelona overweegt immers om het park, dat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat, in concessie te geven aan de privésector. Daardoor zou het niet langer gratis toegankelijk zijn voor de toeristen en, vooral, voor de (vaak tuinloze) omwonenden.

Ik zou zeggen: “No pasaran!”

Agenda: 8 mei in Brussel

Uw dienaar is binnenkort te gast in Brussel op een ‘fietscolloquium’ met o.m. de Fietsburgemeester van Kopenhagen, Klaus Bondam. Hieronder de integrale aankondiging zoals ze mij werd toegestuurd:  

“DE FIETS ALS MAAT VOOR HET BELEID

Groen-parlementsleden Annemie Maes, Freya Pirynsen Luckas Van der Taelen geloven in een andere mobiliteit. Een beleid dat de fietser centraal stelt kan er immers voor zorgen dat steden opnieuw veiliger, gezonder, én makkelijker bereikbaar voor iedereen worden. En dat is dringend nodig.

We nodigden volgende sprekers uit om hun visie te geven:

  • Klaus Bondam, voormalig fietsburgemeester van Kopenhagen
  • Kris Peeters, socioloog, mobiliteitsdeskundige en auteur
  • Liesbeth Driesen, coördinatrice van Cyclo vzw, een sociale economieonderneming die fietsen promoot

Kom meeluisteren en discussiëren over hoe de fiets de motor en de maat voor het mobiliteitsbeleid kan worden.

Waar en wanneer

Dinsdag 8 mei om 19u30. MicroMarché, Markethall – Steenkoolkaai 9, 1000 Brussel

Kom met de fiets, tram of bus: Metro 1, 5 halte Sint-Katelijne; Bus 51, halte Ieper; Villostation op 25 meter

Het verdient aanbeveling zijn/haar komst op voorhand aan te kondigen bij helena.schoeters@groen.be

 

Voorlopig ben ik zelf nog benieuwd wat ik ga vertellen (maar dat komt wel goed)…

 

Debatman

Vorige week nam ik deel aan de ViA Rondetafel ‘duurzame en creatieve steden’. Alleen al de moeite omdat de wandeltocht van het Noordstation naar de congreslocatie ons leidde langs één van die vele verborgen parels in Brussel: een prachtig langgerekt parkje dat de beklimming van de heuvel richting Paleizenstraat tot een wonderlijke ervaring maakt. De studiedag zelf was overigens ook interessant. Er waren 270 deelnemers uit Vlaanderen en Brussel. Stadsplanners, stedenbouwkundigen, architecten, beleidsverantwoordelijken, duurzaamheidsambtenaren, projectontwikkelaars, mobiliteitsdeskundigen, sociologen, sociale geografen en nog wat rare vogels discussieerden een dag lang over ‘stedenbeleid’. Boeiend.

Alleen een tikje onrustwekkend dat deze bonte verzameling deskundigen erin slaagde om een hele dag te rondetafelen zonder, alvast in de plenaire gedeelten, ook maar één keer een woord (laat staan een onvertogen woord), te laten vallen over shoppingcentra. Nochtans wordt er in de komende weken en maanden beslist over het al dan niet toelaten van enkele megashoppingcentra in het centrum van ons land. Als die shoppingcentra er inderdaad komen, dan betekent dat noch meer noch minder dan de doodsteek voor een aanzienlijk deel van de lokale middenstand in vier of vijf steden in die regio. Met één slechte beslissing kunnen de inspanningen en de resultaten van jaren ‘stedenbeleid’  in één keer onderuit gehaald worden. Dat zwaard van Damocles hing de hele dag boven al die knappe koppen, maar er was niemand die het zag.

Of zagen ze het wel, maar durfden ze er niet over te beginnen?

Ik merk het wel vaker dat in dit landsdeel, eenmaal het gaat over mobiliteits- en stedenbouwaangelegenheden, de pleinvrees onmetelijk is. Zeldzaam zijn de specialisten uit het veld die de dingen bij naam en toenaam durven noemen.

Kwade tongen beweren dat dit komt door de bekrompenheid van onze overheden en instellingen. Die zouden een kritisch geluid afstraffen bij de eerstvolgende gelegenheid waarop subsidies of opdrachten worden verdeeld. Best mogelijk dat hier iets van aan is. Sommige instellingen en ministers van verschillende pluimage staan inderdaad bekend om hun lange tenen en een gedrag dat niet geheel vrij is van rancune. Zelfs onze universiteiten, die toch vrijhavens voor het denken zouden moeten zijn, verkrampen daardoor bij de gedachte  dat ze standpunten zouden innemen die hun broodheren (m/v) onwelgevallig zijn.

Maar ook als ze hun goede redenen zouden hebben: zwijgen en de andere kant op kijken is een keuze. En dus ook de verantwoordelijkheid van de betrokkenen zelf.  Als die morgen de moedige beslissing zouden nemen om zich van beleidsinstanties met een tunnelvisie niets aan te trekken (en daarbij voor lief te nemen dat dit op de korte termijn wat centen kost), men zou er vergif op kunnen innemen dat de debatcultuur in geen tijd zou veranderen – gewoon door het mechanisme van ‘de kritische massa’, die dan voor één keer een mooie dubbele betekenis zou krijgen. Democratie slijt bij niet-gebruik. Er geen gebruik van maken is dus ondemocratisch.

Herinner u hoe stil het is geweest in deskundigenmiddens in alle belangrijke mobiliteits- en planologische debatten van de laatste jaren: de Ring van Brussel, de shoppingcentra, de alarmerende ongevallencijfers, de besparingen bij De Lijn, de Oosterweelverbinding… Is het geen schandvlek op het blazoen van alle verkeersdeskundigen en stedenbouwkundigen dat het debat over die laatste uiteindelijk is bepaald geworden door een reclameman en een germanist? (waarmee ik niets wil afdoen aan de prestatie van de betrokkenen – wel integendeel)

Ik wacht vol ongeduld op de dag van zo’n Nieuwe Verlichting – de dag ook waarop de echt grote beleidsmannen en -vrouwen eindelijk de kans zullen krijgen om hun grootsheid te tonen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers