RSS Feed

Categorie archief: ruimtelijke ordening

Toegelaten te spelen

Geplaatst op

De laatste veertig-vijftig jaar is er een sluipende omkering gebeurd van wat als normaal wordt bevonden. Ooit mochten kinderen vrijwel overal spelen. Nu zijn ze teruggedrongen tot hier en daar nog een mini-reservaatje. Kinderen zijn de indianen van de wereld.

De ruimten die hen nog resten, vaak letterlijke restruimten, zijn doorgaans omheind om de auto’s buiten te houden en de kinderen binnen. Het resulteert in een apartheid waar niemand zich nog vragen bij stelt.

Ik weet niet of de Olense kindergemeenteraad zich ten volle bewust was van het provocerende karakter van haar daad: ergens een bord planten met de boodschap dat spelen “toegelaten” is.

Spelen? Nu ja. Ik durf er om te wedden dat een kind dat hier een put graaft of een kamp bouwt op de vingers wordt getikt.

Maar het statement is er niet minder door. Het is een schrijnende aanklacht die ons volwassenen het schaamrood zou moeten bezorgen. Jef Nijs is dood, maar de kinderrevolutie is noodzakelijker dan ooit.

Park Güell: van privé naar publiek en weer terug?

Het Park Güell is één van de topattracties van Barcelona en dit zowel voor de toeristen als voor de bewoners. Wat weinigen weten is dat het ooit werd opgezet als een ‘groen verkavelingsplan’: opdrachtgever Güell vroeg in het jaar 1900 aan architect Gaudi om een woonproject te ontwerpen met villa’s in een parkomgeving. De inspiratie daarvoor haalde Güell uit zijn zakenreizen naar Engeland. De tuinwijken (die, ook dat weten weinigen, op hun beurt geïnspireerd waren op de Vlaamse begijnhoven) zeiden hem wel wat en qua aanleg waren het de Engelse landschapsparken die model stonden, wat de Engelse schrijfwijze (“Park”; in het Catalaans “Parc”)) verklaart.

Anders dan de tuinwijken was het project bedoeld voor de begoeden. Vandaar allicht dat er een muur annex hek omheen moest en dat er twee gebouwen voor bewakers werden neergepoot.

Het project kwam evenwel niet van de grond. De kandidaat-kopers vonden dat het project te ver van de stad lag, wat in die tijd inderdaad ook nog zo was. In plaats van de voorziene 62 villa’s werden er maar twee gebouwd en één daarvan werd dan nog gekocht door Gaudi zelf (de twee villa’s werden overigens wel ontworpen door andere architecten). Na de dood van Güell in 1918 schonk de familie het domein aan de stad Barcelona. Die maakte er het publieke park van dat we vandaag kennen.

Een positieve evolutie dus die vandaag, als gevolg van de crisis die Spanje treft, dreigt te worden teruggedraaid. Het stadsbestuur van Barcelona overweegt immers om het park, dat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat, in concessie te geven aan de privésector. Daardoor zou het niet langer gratis toegankelijk zijn voor de toeristen en, vooral, voor de (vaak tuinloze) omwonenden.

Ik zou zeggen: “No pasaran!”

Lessen uit Genk: het MCG Zuid

Geplaatst op

Enkele weken geleden mocht ik een lezing geven in Genk. Mijn gastheer was de nog niet zo lang met pensioen gegane burgemeester van Genk, Jef Gabriëls. Hij bood me aan om wat aan sightseeing te doen in ‘zijn’ stad en omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, viel mijn oog op het MCG ofte (in goed gemengd Engels-Nederlands) “Mobility Center Genk Zuid” (of Mobility Centre, men schijnt het zelf nog niet goed te weten).

Ik wou wel eens zien wat men er daar van gebakken had: jaren geleden liep ik als schepen voor mobiliteit in mijn gemeente te leuren met het idee om van de nood aan beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen (te zien aan de ‘overlopende’ parkings op de E313, de kapotgeparkeerde bermen in woonwijken en de tot vrachtwagenmuren verworden pechstroken van de gewestwegen) een deugd te maken. Maar ik slaagde er niet in om trekkers en fondsen te mobiliseren. Jef Gabriëls wél – al had het hele proces van idee tot realisatie ook daar veel voeten in de aarde. Tien jaar om precies te zijn: van 1999 (idee) tot 2009 (inhuldiging) en nog is het project niet helemaal af. Eigenlijk was het trouwens de bedoeling twee Mobility Centers te realiseren, één in het noorden van Genk, en één in het zuiden. Of het eerste project er ooit komt, is nog altijd niet zeker.

In Genk Zuid is het hele concept nog in volle evolutie. Maar het moet gezegd: het is ook meer geworden dan een bewaakte parking met accommodatie voor de chauffeurs. Het werd een coproductie met drie partners: de NV Scheepvaart, de Groep Ewalts en de Reconversiemaatschappij Limburg. Momenteel herbergt het MCG naast de parking vier kernfuncties.

Om te beginnen een ‘technostreet’  waar een aantal technische specialiteiten bij elkaar zijn gebracht. Voor de trucks een ‘Carglass specials’ (met héle grote stukken van 2 euro), een truckwash, een bandencentrale, een tankstation en binnenkort een autokeuring. En voor de mensen een truckershome (met keukentje, douches), een shop (volgens het ‘one stop-one shop’-principe, werd mij verteld) en een restaurant (“Bruno’s Foodcorner”) voor 120 gasten.

Al bij deze eerste kernfunctie bleek dat ook deze medaille twee kanten heeft. Het restaurant, dat er architecturaal en wellicht ook culinair gesproken wezen mag, blijkt niet alleen succes te boeken bij de truckers. ‘s Avonds en in de weekends komen er ook nogal wat families met kinderen op af, zodat deze unimodale plek onbedoeld het centrum van Genk beconcurreert en voor nieuw autoverkeer zorgt.

Ook de shop zorgt door z’n succes voor discussies. Nigel Williams wijdde er terecht al eens een stukje stand up comedy aan onder het kopje ‘Rare jongens, die Belgen’: wie verkoopt er nu alcoholdranken in een tankstation waar vooral chauffeurs komen? In Genk kunnen met name de nachtwinkels er niet mee lachen. Zij werden na aanhoudende overlast aan banden gelegd inzake de verkoop van alcohol en dan komt daar even verderop een tankshop drank verkopen, 24u op 24, 7 op 7?

Het CdH van staatssecretaris Wathelet stelde enkele weken geleden voor om een verbod op de verkoop van alcohol in te stellen in tankstations. De logica zelve, lijkt me. “Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal uit,” zei Jef Gabriëls, “want de alcohol mag dan wel uit de rekken zijn, maar enkele tientallen kilometers verderop, in Maastricht, staat er dan nog altijd een coffeeshop laagdrempelig te wezen pal naast het tankstation…

De tweede kernactiviteit valt onder de noemer ‘opleiding’. Het betreft een (mede door de transportsector gefinancierd) opleidingscentrum van de VDAB waar werkzoekenden een job in de transport- en logistieke sector kunnen leren: rijden met een autocar, met een truck, met een heftruck, met kranen en bulldozers…

Aha, dacht ik, hier leren die truckchauffeurs dus vlak achter hun voorganger te rijden, ‘blind’ vertrouwend op een behouden thuiskomst. Maar het bleek een videomuur waarop verkeerssituaties worden gesimuleerd.

Ook hier is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Want het leren jongleren met heftrucks en groter speelgoed mag dan wel op z’n plaats zijn op een industrieterrein, het voor- en natransport is voor de jonge cursisten vaak wel een probleem: zonder auto geraak je er niet. Er wordt al een hele tijd met De Lijn onderhandeld, maar totnogtoe zonder resultaat.

De derde kernfunctie bestaat uit een ‘businesscenter’ waar seminaries kunnen worden gehouden en waar bedrijven kantoorruimte kunnen huren.

En tenslotte is er het logistieke gedeelte: ‘crossdocking’, met (op termijn) toepassingsmogelijkheden voor stadsdistributie. De bewaakte vrachtwagenparking, 180 opliggers groot, is overdekt. Bovenop liggen 4 hectaren zonnepanelen. Ook hier blijkt het voorzien in infrastructuur alleen niet ‘de’ oplossing. De vindbaarheid van de bewaakte parking blijft kopzorgen baren. De oorzaak is even banaal als bizar en kleinzielig: doordat het project zich op het grondgebied van drie gemeenten bevindt, is het vinden van een logische naam die op de borden kan worden gezet en in GPS-programma’s ingegeven blijkbaar een onoverkomelijke hindernis. De burgemeester van Bilzen, Johan Sauwens, blijkt ook aan micronationalisme te doen en zweert bij de aanduiding ‘Bilzen Noord’. Dat accordeert dus niet zo goed met de economische ‘Poort Genk’…

Het was de bedoeling om van het MCG een trimodaal project te maken: een overslagcentrum tussen weg, water en spoor. Maar het spoor van het spoor werd al snel verlaten wegens “geen draagvlak in de markt”, een andere manier om te zeggen dat de vrije (of beter: de door Europa niet geheel neutraal gereglementeerde) markt momenteel het duurzamere spoorvervoer kapot concurreert. Dubbel jammer als je weet dat transporteur Ewalts vlakbij over 80.000m2 ‘spoorontsloten’ hallen beschikt die er nu dus ongebruikt bij liggen. Alleen autofabrikant Ford, aan de overkant van het kanaal, gebruikt nog wel het spoor om afgewerkte wagens af te voeren.  Het goede nieuws: het aandeel ‘binnenscheepvaart’ stijgt.

Al bij al: een project met grote potenties dat alvast voorlopig niet maximaal rendeert doordat het flankerend beleid te wensen overlaat…

http://www.mcgenk.be/

Debatman

Vorige week nam ik deel aan de ViA Rondetafel ‘duurzame en creatieve steden’. Alleen al de moeite omdat de wandeltocht van het Noordstation naar de congreslocatie ons leidde langs één van die vele verborgen parels in Brussel: een prachtig langgerekt parkje dat de beklimming van de heuvel richting Paleizenstraat tot een wonderlijke ervaring maakt. De studiedag zelf was overigens ook interessant. Er waren 270 deelnemers uit Vlaanderen en Brussel. Stadsplanners, stedenbouwkundigen, architecten, beleidsverantwoordelijken, duurzaamheidsambtenaren, projectontwikkelaars, mobiliteitsdeskundigen, sociologen, sociale geografen en nog wat rare vogels discussieerden een dag lang over ‘stedenbeleid’. Boeiend.

Alleen een tikje onrustwekkend dat deze bonte verzameling deskundigen erin slaagde om een hele dag te rondetafelen zonder, alvast in de plenaire gedeelten, ook maar één keer een woord (laat staan een onvertogen woord), te laten vallen over shoppingcentra. Nochtans wordt er in de komende weken en maanden beslist over het al dan niet toelaten van enkele megashoppingcentra in het centrum van ons land. Als die shoppingcentra er inderdaad komen, dan betekent dat noch meer noch minder dan de doodsteek voor een aanzienlijk deel van de lokale middenstand in vier of vijf steden in die regio. Met één slechte beslissing kunnen de inspanningen en de resultaten van jaren ‘stedenbeleid’  in één keer onderuit gehaald worden. Dat zwaard van Damocles hing de hele dag boven al die knappe koppen, maar er was niemand die het zag.

Of zagen ze het wel, maar durfden ze er niet over te beginnen?

Ik merk het wel vaker dat in dit landsdeel, eenmaal het gaat over mobiliteits- en stedenbouwaangelegenheden, de pleinvrees onmetelijk is. Zeldzaam zijn de specialisten uit het veld die de dingen bij naam en toenaam durven noemen.

Kwade tongen beweren dat dit komt door de bekrompenheid van onze overheden en instellingen. Die zouden een kritisch geluid afstraffen bij de eerstvolgende gelegenheid waarop subsidies of opdrachten worden verdeeld. Best mogelijk dat hier iets van aan is. Sommige instellingen en ministers van verschillende pluimage staan inderdaad bekend om hun lange tenen en een gedrag dat niet geheel vrij is van rancune. Zelfs onze universiteiten, die toch vrijhavens voor het denken zouden moeten zijn, verkrampen daardoor bij de gedachte  dat ze standpunten zouden innemen die hun broodheren (m/v) onwelgevallig zijn.

Maar ook als ze hun goede redenen zouden hebben: zwijgen en de andere kant op kijken is een keuze. En dus ook de verantwoordelijkheid van de betrokkenen zelf.  Als die morgen de moedige beslissing zouden nemen om zich van beleidsinstanties met een tunnelvisie niets aan te trekken (en daarbij voor lief te nemen dat dit op de korte termijn wat centen kost), men zou er vergif op kunnen innemen dat de debatcultuur in geen tijd zou veranderen – gewoon door het mechanisme van ‘de kritische massa’, die dan voor één keer een mooie dubbele betekenis zou krijgen. Democratie slijt bij niet-gebruik. Er geen gebruik van maken is dus ondemocratisch.

Herinner u hoe stil het is geweest in deskundigenmiddens in alle belangrijke mobiliteits- en planologische debatten van de laatste jaren: de Ring van Brussel, de shoppingcentra, de alarmerende ongevallencijfers, de besparingen bij De Lijn, de Oosterweelverbinding… Is het geen schandvlek op het blazoen van alle verkeersdeskundigen en stedenbouwkundigen dat het debat over die laatste uiteindelijk is bepaald geworden door een reclameman en een germanist? (waarmee ik niets wil afdoen aan de prestatie van de betrokkenen – wel integendeel)

Ik wacht vol ongeduld op de dag van zo’n Nieuwe Verlichting – de dag ook waarop de echt grote beleidsmannen en -vrouwen eindelijk de kans zullen krijgen om hun grootsheid te tonen.

XXL

Paul Huybrechts, de voorzitter van de Vlaamse vereniging van beleggers (niet van boterhammen), liet vorige week in een hartstochtelijk pleidooi tegen het vermogenskadaster over onze volksaard het volgende optekenen: “Vlamingen lopen niet te koop met hun bezittingen (…). De discretie is, zeker in Vlaanderen, cultureel zeer diep ingebakken en wie daar geen respect voor kan opbrengen, zou kunnen schrikken bij een volgende confrontatie met de kiezer.” (De Standaard 20 januari)

Vreemd, maar op straat merk ik maar weinig van die discretie. Ik heb eerder het gevoel dat ik mij permanent op het Autosalon bevind. Of is deze perceptie alleen maar perceptie?

“De heksenjacht op de breedste schouders” heette het opiniestuk van Huybrechts. Alvast deze brede schouders, van een Aston Martin die zijn ‘XXL’ draagt met trots, schijnen er geen schrik van te hebben en laten het breed hangen.

De looplijn misgelopen

Het blijft me fascineren hoe ontwerpers consequent dezelfde fouten blijven maken. Neem nu dit parkje in het centrum van Heist op den Berg: een mooi initiatief dat letterlijk en figuurlijk  adem geeft aan de winkelstraat.

Maar dan wordt er een pad aangelegd dat de logische looplijnen compleet negeert. Als een voetganger van a naar b wil, dan neemt hij de kortste route – zeker als hij zijn doel al kan zien. Je zou denken dat zoiets het eerste is wat ze een ontwerper leren: “kijk naar de looplijnen”. Niet dus. Deze planner verwachtte dat de wandelaars in het zicht van hun bestemming een hoek van 90° zouden maken en een omweg van enkele tientallen meter. Tja, zo werkt dat niet. En dus is er binnen de kortste keren een ‘wissel’ ontstaan, een informeel paadje tussen de beplanting.

Als het gemeentebestuur nu verstandig is verhardt het dat spontane paadje, zodat de ontwerpersfout gecorrigeerd is.

Als het niet verstandig is, zet het paaltjes of een hek. Ik ben benieuwd.

Ruimtelijk plan trekken

Foto: Thierry Jiménez-Scholberg

In Amerika komt de ene shopping mall na de andere leeg te staan, maar in Brussel kan het blijkbaar nooit mal genoeg zijn. Hier plannen ze er in één keer drie. Nu ja, plannen. Het is een groot woord in een land dat zich er (zelfs bij monde van één van haar minister-presidenten) op laat voorstaan dat z’n ingezetenen sterker zijn ‘in zijn plan trekken’. In dit geval lijkt vooral het Lot te plannen. Want heeft u het ook al bemerkt? Eigenlijk is er niemand die deze shoppingcentra wil. En toch worden er positieve adviezen afgeleverd. Rara, hoe kan dat?

De Vlaamse Regering keurde een ‘Winkelnota’ goed die tot doel heeft de lokale middenstand meer ademruimte te geven. Shoppingcentra staan diametraal tegenover alle principes die de Vlaamse Regering in haar nota naar voor schuift. Waarom wordt er dan toch een vergunning afgeleverd? Omdat Vlaanderen met de ontwikkelaars een brownfieldconvenant heeft afgesloten waarin het een aantal verplichtingen op zich heeft genomen. Geen vergunning verlenen zou betekenen dat die verplichtingen niet kunnen worden nagekomen en dat er een schadevergoeding zou moeten worden betaald. Maar heeft er al eens iemand berekend of die (eventuele, want juridisch niet eens vanzelfsprekende) schadevergoedingen misschien niet lager uitkomen dan alle kosten wanneer de deal toch doorgaat, gaande van extra tramlijnen (aan te leggen door De Lijn die moet besparen!) tot de kosten verbonden aan de stervensbegeleiding van de lokale middenstand?

De Brusselse Gewestregering doet het zo mogelijk nog straffer. Die is ook tegen, maar kan naar eigen zeggen “niet anders” dan een gunstig advies geven omdat de aanvraag op papier voldoet aan alle voorwaarden.

Qué? Zit er dan niet iets grondig fout in onze vergunningsprocedures, als overheden zich gedwongen zien vergunningen af te leveren voor projecten waarover iedereen het eens is dat ze maatschappelijk ongewenst zijn? Maar ook hier worden geen lessen getrokken. Verder dan de vaststelling komt men niet. Geen politicus die voorstelt om de procedures dan maar eens kritisch tegen het licht te houden. Een inhoudelijke staatshervorming met een directe band met de realiteit, het zou nochtans nog eens iets nieuws zijn.

Intussen lijken ze in Machelen, waar Uplace zou komen, het zekere voor het onzekere te kiezen. Ze zijn alvast begonnen obstakels op te werpen op het terrein. De slag is nog niet verloren!

Pijnbank

Sommige mensen zullen me ervan gaan verdenken dat ik iets tegen het shoppingcenter in Olen heb. Ze hebben nog gelijk ook. Dit soort ontwikkelingen (juister: degeneraties) in het midden van nergens is slecht voor alle dorps- en stadscentra in de omgeving. En funest voor de mobiliteit in de wijde omgeving. Het resultaat is een stroom autoverkeer die vermeden had kunnen worden, met gevolgen op vele fronten: meer verkeersonveiligheid, meer verkeersdrukte en dus meer verkeerscongestie, meer luchtverontreiniging, meer verkeerslawaai, meer auto-afhankelijkheid en meer ruimtebeslag in een gebied dat ‘open ruimte’ had kunnen zijn. Ik zwijg dan nog zedig over gezondheidseffecten en de kostprijs van de aanleg en het onderhoud van de infrastructuur.   

Zo bekeken is het een geluk bij een ongeluk dat de vormgeving in Olen merkwaardig mislukt is. Ik heb het dan niet over een rollend trottoir naar een sportwinkel. Dat is gewoon heerlijk absurd. Ik heb het dan over het al eerder behandelde ontbreken van voetgangers- en fietsersvoorzieningen en het opmerkelijke gevoel van leegte dat overheerst doordat geen enkele natuurlijke ‘flow’ van mensen werd ingebouwd. De keuze van het meubilair ligt in dezelfde mensonvriendelijke lijn. Bekijk deze stalen bank, waar je alleen op gaat zitten als er sprake is van dwang. De kilte die ze uitstralt is letterlijk te nemen: het zitoppervlak is ongezellig koud en hard en met wat pech snijdt het staal ook nog eens in je vlees. Om de kans daarop te vergroten, hebben ze de bank ook nog eens pal in de looplijn gezet.

Bij nader inzien is er misschien alleen maar sprake van een verkeerde levering en werd er een pijnbank gebracht in plaats van een zitbank.

Droomprentjes

Ik zie, ik zie, ik zie wat jij niet ziet… Van dit soort prentjes ben ik altijd zeer onder de indruk: hoe projectontwikkelaars zonder gêne de werkelijkheid vervalsen. In dit geval hebben ze de hoogspanningslijn even weggedacht.

En dan nog durven ze in alle ernst te beweren dat de ànderen de dromers zijn.

Het landschap als kunst

Luchtspiegelingen doen soms alsof ze werkelijkheid zijn. Dat is al lang geen nieuws meer. Maar soms doet de werkelijkheid alsof ze een luchtspiegeling is. Zoals dit kerkje in Borgloon, dat eigenlijk toch ook weer geen kerkje is. Het is een kunstwerk dat er alleen de vorm van heeft aangenomen. Bedenkers zijn de architecten Gijs en Van Vaerenbergh, samen optredend als Gijs Van Vaerenbergh (een soort heilige twee-eenheid?). Of ze er zich bewust van zijn, betwijfel ik, maar de heren pasten met hun project een goede raad toe van professor Mommaas van de Universiteit van Tilburg. Als je het open landschap wilt behouden, zegt die, zorg er dan voor dat ze economisch verankerd wordt. Het Borgloonse kunstproject dat het Haspengouwse landschap als decor kreeg slaagt wonderwel in dat opzet. De toeristen die er op af komen ‘waarderen’ de kunst én het decor, in woorden, maar ook in centen door achterlating daarvan bij de plaatselijke horeca en middenstand.  

Overigens is het kunstwerk in dit geval van die aard dat het decor ook kunst wordt. Dat komt doordat het kerkje-in-doorkijkjurk van een kader biedt om naar de omgeving te kijken. De bezoekers zien dan een landschap dat ze zonder het kerkje ook hadden kunnen zien, maar toch niet zagen. Of toch niet op dezelfde manier.

Alain de Botton betoogt in zijn laatste boek, ‘Religie voor atheïsten’, dat we nood hebben aan meer seculiere monumenten. Misschien is dit kunstwerk zo’n seculier monument, al heeft het dan een religieuze vorm aangenomen. De essentie ervan is dat het de genius loci, de eigenheid van de plek, tevoorschijn tovert.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers