
Zo gaat dat soms. Je leest iets puur voor je ontspanning en dan blijkt het achteraf nog relevant en actueel te zijn ook. Het overkwam me met ‘Super Cannes’ van de twee jaar geleden overleden Engelse auteur J.G. Ballard. Lezers van deze blog zullen hem misschien kennen van zijn controversiële cultboek ‘Crash’ (1973), waarin hij de verborgen erotiek van het auto-ongeluk behandelt (maar zelfs na het zien van de verfilming uit 1996 ontgaat die erotiek mij).
Ik nam het boek mee op vakantie omdat het zich afspeelt aan de Franse Riviera, meer bepaald in de omgeving van Cannes. Wij maakten de autotocht in twee dagen: de eerste nacht overnachtten we – overigens geheel ongepland - in Hauterives, het dorp van ‘le facteur Cheval’ (waarover dan weer de Vlaamse auteur Koen Peeters een boek schreef) even bezuiden Lyon. Eenmaal gearriveerd in ons dorpje op 8 kilometer van Cannes toog ik aan het lezen. En wat bleek? De hoofdpersonen in Supercannes verplaatsen zich van Engeland naar Cannes en overnachten de eerste nacht in… Hauterives.
Het was genoeg om er helemaal in te komen en mijn vakantie liep soms opvallend parallel met het boek. Ik kwam ongepland terecht in La Bocca, de voorstad van Cannes die voor Ballard het toneel is van drugshandel, prostitutie en straatgeweld, en later bezochten we de inspiratiebron voor de roman: Sophia-Antipolis, de Europese ‘silicon valley’, een aaneenschakeling van onderzoekscentra waar wetenschaps- en bedrijfswereld in een moderne symbiose samenleven en daarbij dik 25000 bollebozen te werk stellen.
Ik had gedacht dat ik met mijn terugkeer naar België het boek wel achter mij zou kunnen laten, maar niets bleek minder waar. Want de rellen in Londen en andere Britse steden bleken een akelig hoog Ballardgehalte te hebben – iets wat blijkbaar ook de Britten zelf niet ontging, want ze hebben het nu over Ballardiaanse toestanden. Eén van de thema’s in Ballards “deviante sociologie” (zegt Wikipedia) is immers de mogelijke rol van geweld als medicijn tegen saaiheid en verveling. In ‘Supercannes’ laat hij een psychiater ‘kleine doses geweld’ voorschrijven aan zijn patiënten die in een voorspelbare, georganiseerde en ‘dus’niet spannende en saaie omgeving leven. Onnodig te zeggen dat de therapeutische knokpartijen uit de hand lopen… Wie de beelden uit Groot-Brittannië bekijkt en de verhalen leest over sociale paria’s die uit ‘begrijpelijke’ frustratie handelen, maar ook over welstellende plunderaars wiens gedrag ‘onbegrijpelijk’ is, kan niet anders dan zich afvragen: heeft Ballard misschien geen punt en hebben mensen werkelijk nood aan een bepaald ‘spanningsniveau”?