RSS Feed

Categorie archief: Nieuws en politiek

Toegelaten te spelen

Geplaatst op

De laatste veertig-vijftig jaar is er een sluipende omkering gebeurd van wat als normaal wordt bevonden. Ooit mochten kinderen vrijwel overal spelen. Nu zijn ze teruggedrongen tot hier en daar nog een mini-reservaatje. Kinderen zijn de indianen van de wereld.

De ruimten die hen nog resten, vaak letterlijke restruimten, zijn doorgaans omheind om de auto’s buiten te houden en de kinderen binnen. Het resulteert in een apartheid waar niemand zich nog vragen bij stelt.

Ik weet niet of de Olense kindergemeenteraad zich ten volle bewust was van het provocerende karakter van haar daad: ergens een bord planten met de boodschap dat spelen “toegelaten” is.

Spelen? Nu ja. Ik durf er om te wedden dat een kind dat hier een put graaft of een kamp bouwt op de vingers wordt getikt.

Maar het statement is er niet minder door. Het is een schrijnende aanklacht die ons volwassenen het schaamrood zou moeten bezorgen. Jef Nijs is dood, maar de kinderrevolutie is noodzakelijker dan ooit.

Pleidooi voor een veralgemening van het alcoholslot

Geplaatst op

De Standaard vroeg me om een reactie op het voorstel om de verkoop op alcohol te verbieden in nachtwinkels en tankstations. Het werd een pleidooi voor een écht preventiebeleid, in casu de veralgemening van het alcoholslot:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=N23Q8LDP

Overigens zijn de reacties van sommige lezers op het forum weer bijzonder ‘leerzaam’. Ik vraag me dan af: waar blijven de reacties van de verenigingen en organisaties die zich bezighouden met de alcoholproblematiek? Via het internet moeten zelfs AA-ers hun zeg kunnen doen.

Verschuivende lusten en (vooral) lasten

Geplaatst op

We blijven nog even in Lier. Ik leer intussen dat het er nog altijd rommelt over de verkeerscirculatie in het centrum. De knip werd door het stadsbestuur weer afgeschaft en een alternatief circulatieplan kwam in voege, nog voor de definitieve situatie kans had gehad zich te bewijzen. Die fout wordt wel eens meer gemaakt: al te gemakkelijk gaat men eraan voorbij dat een belangrijk deel van mobiliteit een kwestie van gewoontegedrag is. Het duurt een tijdje voor dat gewijzigd is – en dus moet je het ook dat tijdje geven om zich aan te passen.

Het nieuwe circulatieplan heeft de autodruk kennelijk naar weer andere straten verschoven – het lijkt wel sterk op de soap van de nachtvluchten in Zaventem… Vandaag stelde de N-VA een compromisplan voor dat ‘de lasten en de lusten rechtvaardig verdeelt’, waarop onmiddellijk door weer andere gedupeerden werd gereageerd.

Tja, dit is gedoemd om een never ending story te zijn zolang men de oorzaak niet durft aan te pakken: er is te veel autoverkeer in de stad. Een stad die inzet op leefkwaliteit moet Koning Auto van zijn troon durven stoten en resoluut kiezen voor het soort verkeer dat wél rijmt met nauwe straatjes en een grote dichtheid van functies en mensen: voetgangers en fietsers. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat mensen die slecht ter been zijn veroordeeld worden tot immobiliteit. Het is een sprookje dat die allemaal zelf een auto hebben (veeleer integendeel: het autobezit daalt sterk boven de 65 jaar) en voor taxi’s kan vanzelfsprekend een uitzondering worden gemaakt.

Overigens stelde ik tijdens mijn wandeling door Lier vast dat er een tegenbeweging van Lierse gezinnen (de klanten van de middenstand zeg maar) op gang is gekomen. Met een sobere maar veelzeggende affiche, die in sommige straten huis aan huis hangt, maken ze duidelijk dat de leefkwaliteit van een stad niet wordt bepaald door de vlotheid van het doorgaand verkeer…

Zie ook: http://deanderekrispeeters.wordpress.com/?s=De+%27auto-koppen%27

Liers plezier

Geplaatst op

Ze is nog niet helemaal af, de Markt van Lier. Maar omdat wij van alle markten willen thuis zijn, gingen we toch maar al eens een kijkje nemen. Na de autovrije Markt van Geel en, iets langer geleden die van Turnhout, hebben we de smaak te pakken (al doet het pijn dat mijn eigen gemeente, Herentals, hopeloos achterblijft).

Het is niet vanzelf gegaan, het proces naar de nieuwe Markt.Er kwamen veel zwarte vlaggen en middenstandsdemagogie aan te pas. Maar het resultaat mag er wat mij betreft wezen. Ook hier is gekozen voor een sobere aanleg met, voor het verkeer dat nog toegelaten is, een zacht maar efficiënt gesuggereerde rijloper. De materiaalkeuze is wat ruwer dan in Geel, maar gezien de historische gevels rondom (iets waarvan ze in Geel niet bepaald ‘last’ hebben) de juiste. Met uitzondering wellicht van het middengedeelte dat echt wel oneffen ligt en weinig loopvriendelijk is.

Ook die van Lier hebben ervoor gekozen de stenen vlakte te breken met water – al is het doelpubliek hier duidelijk al wat ouder: ronde kuipen met een fontein en een geiserachtige installatie die af en toe stoom spuit fascineren de voorbijgangers. Een paars licht zorgt in de duisternis ongetwijfeld voor een mystieke sfeer, nog versterkt door het geluid van klankschalen dat mysterieus opklinkt uit ronde roosters in de grond. Benieuwd of deze gadget overeind gaat blijven of spoedig op klachten van hoorndol geworden omwonenden zal stuiten.

De keuze voor strakke, hoekige lantaarnpalen is gedurfd, maar alleszins meer verantwoord dan de historiserende exemplaren die je in soortgelijke omgevingen wel eens aantreft.

De wachthaltes voor De Lijn zijn nog niet helemaal klaar, maar in al hun moderne eenvoud staan ze hun mannetje in deze monumentale omgeving.

Ook mooi tenslotte dat ook hier het beleid de moed heeft gehad om komaf te maken met de terrassenbouwsels van de horeca, waardoor ook die gevelpartijen nu helemaal tot hun recht komen.

De Markt van Lier, je komt er voortaan voor je plezier…

Enige punt van kritiek is de vrijwel volledige afwezigheid van groen op het plein, waardoor het voor sommigen te kaal en te koud is. Voor het klassieke tegenargument, dat dit plein ‘stedelijk’ is en dus stenig mag zijn, heb ik nu minder begrip dan enkele jaren geleden. Steeds meer voorbeelden in binnen- en buitenland tonen aan dat de tegenstelling stad-groen een valse is en dat ze elkaar helemaal niet hoeven uit te sluiten.

Stalingradplaats

Geplaatst op

Bordeaux, Place Stalingrad. Ik blijf het curieus vinden hoe al die Stalingrad-pleinen en -straten in het westen de glasnost en de perestrojka ongehavend zijn doorgekomen.

Op deze Place Stalingrad staat dit publieke bronnetje. Om er water uit te laten komen, moet je het pedaal op de grond intrappen. Het water welt dan op in het midden tussen de kariatiden. Dat is dus pech voor kinderen, want ze zijn te klein om tegelijk te drinken en de pedaalknop te bedienen. En ook pech voor volwassenen, want de ruimte tussen de figuren is te smal om er een volwassen hoofd tussen te steken.

Bij nader inzien waren er misschien toch goede redenen om het plein zijn naam te laten behouden.

Oneervolle vermelding

Dat de Partij Voor de Vrijheid (PVV) en het Vlaams Belang nooit eens een meldpunt oprichten voor aso’s, hufters en verkeersillegalen die wet noch norm kennen.

Deze chauffeur (nu ja) zou wat mij betreft dan direct een oneervolle vermelding krijgen voor het secuur parkeren op de kruising van blindegeleidelijnen op de stoep. “Ik had het niet gezien,” zou bij een eventueel proces verbaal een ongewild grappig argument zijn.

Over PV’s gesproken: deze foto werd genomen op amper 250 meter van het politiekantoor van de zone Neteland – wat een idee geeft hoe hoog de pakkansen hier ingeschat worden…

 

 

Lessen uit Genk: het MCG Zuid

Geplaatst op

Enkele weken geleden mocht ik een lezing geven in Genk. Mijn gastheer was de nog niet zo lang met pensioen gegane burgemeester van Genk, Jef Gabriëls. Hij bood me aan om wat aan sightseeing te doen in ‘zijn’ stad en omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, viel mijn oog op het MCG ofte (in goed gemengd Engels-Nederlands) “Mobility Center Genk Zuid” (of Mobility Centre, men schijnt het zelf nog niet goed te weten).

Ik wou wel eens zien wat men er daar van gebakken had: jaren geleden liep ik als schepen voor mobiliteit in mijn gemeente te leuren met het idee om van de nood aan beveiligde vrachtwagenparkeerplaatsen (te zien aan de ‘overlopende’ parkings op de E313, de kapotgeparkeerde bermen in woonwijken en de tot vrachtwagenmuren verworden pechstroken van de gewestwegen) een deugd te maken. Maar ik slaagde er niet in om trekkers en fondsen te mobiliseren. Jef Gabriëls wél – al had het hele proces van idee tot realisatie ook daar veel voeten in de aarde. Tien jaar om precies te zijn: van 1999 (idee) tot 2009 (inhuldiging) en nog is het project niet helemaal af. Eigenlijk was het trouwens de bedoeling twee Mobility Centers te realiseren, één in het noorden van Genk, en één in het zuiden. Of het eerste project er ooit komt, is nog altijd niet zeker.

In Genk Zuid is het hele concept nog in volle evolutie. Maar het moet gezegd: het is ook meer geworden dan een bewaakte parking met accommodatie voor de chauffeurs. Het werd een coproductie met drie partners: de NV Scheepvaart, de Groep Ewalts en de Reconversiemaatschappij Limburg. Momenteel herbergt het MCG naast de parking vier kernfuncties.

Om te beginnen een ‘technostreet’  waar een aantal technische specialiteiten bij elkaar zijn gebracht. Voor de trucks een ‘Carglass specials’ (met héle grote stukken van 2 euro), een truckwash, een bandencentrale, een tankstation en binnenkort een autokeuring. En voor de mensen een truckershome (met keukentje, douches), een shop (volgens het ‘one stop-one shop’-principe, werd mij verteld) en een restaurant (“Bruno’s Foodcorner”) voor 120 gasten.

Al bij deze eerste kernfunctie bleek dat ook deze medaille twee kanten heeft. Het restaurant, dat er architecturaal en wellicht ook culinair gesproken wezen mag, blijkt niet alleen succes te boeken bij de truckers. ‘s Avonds en in de weekends komen er ook nogal wat families met kinderen op af, zodat deze unimodale plek onbedoeld het centrum van Genk beconcurreert en voor nieuw autoverkeer zorgt.

Ook de shop zorgt door z’n succes voor discussies. Nigel Williams wijdde er terecht al eens een stukje stand up comedy aan onder het kopje ‘Rare jongens, die Belgen’: wie verkoopt er nu alcoholdranken in een tankstation waar vooral chauffeurs komen? In Genk kunnen met name de nachtwinkels er niet mee lachen. Zij werden na aanhoudende overlast aan banden gelegd inzake de verkoop van alcohol en dan komt daar even verderop een tankshop drank verkopen, 24u op 24, 7 op 7?

Het CdH van staatssecretaris Wathelet stelde enkele weken geleden voor om een verbod op de verkoop van alcohol in te stellen in tankstations. De logica zelve, lijkt me. “Maar daarmee zijn we er nog niet helemaal uit,” zei Jef Gabriëls, “want de alcohol mag dan wel uit de rekken zijn, maar enkele tientallen kilometers verderop, in Maastricht, staat er dan nog altijd een coffeeshop laagdrempelig te wezen pal naast het tankstation…

De tweede kernactiviteit valt onder de noemer ‘opleiding’. Het betreft een (mede door de transportsector gefinancierd) opleidingscentrum van de VDAB waar werkzoekenden een job in de transport- en logistieke sector kunnen leren: rijden met een autocar, met een truck, met een heftruck, met kranen en bulldozers…

Aha, dacht ik, hier leren die truckchauffeurs dus vlak achter hun voorganger te rijden, ‘blind’ vertrouwend op een behouden thuiskomst. Maar het bleek een videomuur waarop verkeerssituaties worden gesimuleerd.

Ook hier is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Want het leren jongleren met heftrucks en groter speelgoed mag dan wel op z’n plaats zijn op een industrieterrein, het voor- en natransport is voor de jonge cursisten vaak wel een probleem: zonder auto geraak je er niet. Er wordt al een hele tijd met De Lijn onderhandeld, maar totnogtoe zonder resultaat.

De derde kernfunctie bestaat uit een ‘businesscenter’ waar seminaries kunnen worden gehouden en waar bedrijven kantoorruimte kunnen huren.

En tenslotte is er het logistieke gedeelte: ‘crossdocking’, met (op termijn) toepassingsmogelijkheden voor stadsdistributie. De bewaakte vrachtwagenparking, 180 opliggers groot, is overdekt. Bovenop liggen 4 hectaren zonnepanelen. Ook hier blijkt het voorzien in infrastructuur alleen niet ‘de’ oplossing. De vindbaarheid van de bewaakte parking blijft kopzorgen baren. De oorzaak is even banaal als bizar en kleinzielig: doordat het project zich op het grondgebied van drie gemeenten bevindt, is het vinden van een logische naam die op de borden kan worden gezet en in GPS-programma’s ingegeven blijkbaar een onoverkomelijke hindernis. De burgemeester van Bilzen, Johan Sauwens, blijkt ook aan micronationalisme te doen en zweert bij de aanduiding ‘Bilzen Noord’. Dat accordeert dus niet zo goed met de economische ‘Poort Genk’…

Het was de bedoeling om van het MCG een trimodaal project te maken: een overslagcentrum tussen weg, water en spoor. Maar het spoor van het spoor werd al snel verlaten wegens “geen draagvlak in de markt”, een andere manier om te zeggen dat de vrije (of beter: de door Europa niet geheel neutraal gereglementeerde) markt momenteel het duurzamere spoorvervoer kapot concurreert. Dubbel jammer als je weet dat transporteur Ewalts vlakbij over 80.000m2 ‘spoorontsloten’ hallen beschikt die er nu dus ongebruikt bij liggen. Alleen autofabrikant Ford, aan de overkant van het kanaal, gebruikt nog wel het spoor om afgewerkte wagens af te voeren.  Het goede nieuws: het aandeel ‘binnenscheepvaart’ stijgt.

Al bij al: een project met grote potenties dat alvast voorlopig niet maximaal rendeert doordat het flankerend beleid te wensen overlaat…

http://www.mcgenk.be/

Stop de recidivisten

Geplaatst op

Welk statuut de persconferentie van staatssecretaris Wathelet vorige week had, is me nog altijd niet duidelijk. Intussen kreeg ik de tekst toegestuurd en daaruit maak ik op dat er wel degelijk een voornemen is om de promillegrens alvast voor professionele chauffeurs te verlagen – al noemt hij dat een dag later in de Gazet van Antwerpen dan weer “voorbarig”. Wellicht is de staatssecretaris al geschrokken van de reacties op de diverse internetfora, doorgaans van de weldoordachte soort genre “zakkenvullerij” en “daar gaat onze likeurpraline”. Daarom deze steunbetuiging, kwestie van het kabinet te laten merken dat er ook mensen bestaan die nuchter nadenken over alcohol en verkeer.

En laat ik in één moeite dan ook maar mijn steun betuigen aan zijn voornemen om de recidivisten aan te pakken. Het blijft bij een schuchtere poging (“Strengere bestraffing van bestuurders die binnen een periode van 3 jaar eenzelfde of meerdere overtredingen begaan”), waarbij “strenger” nog niet echt streng is en er nog steeds geen oplossing in zicht is voor een snelle en accurate registratie (zoals politierechter d’Hondt vrijdag al opmerkte). Maar alle begin is moeilijk, dus wil ik hem dit zetje graag geven.

De Standaard-site bericht vandaag trouwens nog over een schrijnend geval van een vrouw uit Geel (toeval!) die met haar Porsche tegen de flitslamp reed: geflitst aan een snelheid van 185km/u op de E314 in Wezemaal (Rotselaar).

Dat gebeurde overigens bijna een jaar geleden (3 juli 2011), wat een idee geeft van het lik-op-stuk-beleid dat in deze contreien wordt gevoerd. De dame in kwestie bleek overigens niet aan haar proefstuk toe: het was al de twaalfde keer dat ze betrapt werd op (veel) te snel rijden. Een recidiviste pur sang dus. Maar kennelijk is dat in het spel dat ‘autoverkeer’ heet geen overtuigend bewijs van een gebrek aan rijpheid en gezond verstand (zelf schijnt ze haar handicap overigens wel te erkennen, want ze werd ook al eens betrapt op het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats).

Mevrouw komt er vanaf met een boete van 1100 euro (allicht een schijntje voor een Porschebezitster) en drie maanden rijverbod. Vermits de Porsche niet aan de klem gelegd wordt, is het nog maar de vraag of dit rijverbod daadwerkelijk zal worden nageleefd.

De Standaard bericht dat de politierechter de vrouw aanmaande een andere wagen te kopen: “Er is een oorzakelijk verband tussen het rijgedrag van de vrouw en haar Porsche 911. (…) Ze heeft haar rijgedrag volledig aangepast aan haar wagen.” Als de rechter dat meent, zou hij, in het belang van de vrouw zelf én van de maatschappij, eigenlijk haar Porsche moeten confisqueren. Maar de logica in Autoland is helemaal anders. Daar stopt het pas als ze je Sterchele-gewijs uit je Porsche pellen, in het beste geval zonder dat er derden in de verwoestende roes worden meegesleurd.

Nog een Porsche die het niet zo nauw neemt met de regeltjes.

Debatman

Vorige week nam ik deel aan de ViA Rondetafel ‘duurzame en creatieve steden’. Alleen al de moeite omdat de wandeltocht van het Noordstation naar de congreslocatie ons leidde langs één van die vele verborgen parels in Brussel: een prachtig langgerekt parkje dat de beklimming van de heuvel richting Paleizenstraat tot een wonderlijke ervaring maakt. De studiedag zelf was overigens ook interessant. Er waren 270 deelnemers uit Vlaanderen en Brussel. Stadsplanners, stedenbouwkundigen, architecten, beleidsverantwoordelijken, duurzaamheidsambtenaren, projectontwikkelaars, mobiliteitsdeskundigen, sociologen, sociale geografen en nog wat rare vogels discussieerden een dag lang over ‘stedenbeleid’. Boeiend.

Alleen een tikje onrustwekkend dat deze bonte verzameling deskundigen erin slaagde om een hele dag te rondetafelen zonder, alvast in de plenaire gedeelten, ook maar één keer een woord (laat staan een onvertogen woord), te laten vallen over shoppingcentra. Nochtans wordt er in de komende weken en maanden beslist over het al dan niet toelaten van enkele megashoppingcentra in het centrum van ons land. Als die shoppingcentra er inderdaad komen, dan betekent dat noch meer noch minder dan de doodsteek voor een aanzienlijk deel van de lokale middenstand in vier of vijf steden in die regio. Met één slechte beslissing kunnen de inspanningen en de resultaten van jaren ‘stedenbeleid’  in één keer onderuit gehaald worden. Dat zwaard van Damocles hing de hele dag boven al die knappe koppen, maar er was niemand die het zag.

Of zagen ze het wel, maar durfden ze er niet over te beginnen?

Ik merk het wel vaker dat in dit landsdeel, eenmaal het gaat over mobiliteits- en stedenbouwaangelegenheden, de pleinvrees onmetelijk is. Zeldzaam zijn de specialisten uit het veld die de dingen bij naam en toenaam durven noemen.

Kwade tongen beweren dat dit komt door de bekrompenheid van onze overheden en instellingen. Die zouden een kritisch geluid afstraffen bij de eerstvolgende gelegenheid waarop subsidies of opdrachten worden verdeeld. Best mogelijk dat hier iets van aan is. Sommige instellingen en ministers van verschillende pluimage staan inderdaad bekend om hun lange tenen en een gedrag dat niet geheel vrij is van rancune. Zelfs onze universiteiten, die toch vrijhavens voor het denken zouden moeten zijn, verkrampen daardoor bij de gedachte  dat ze standpunten zouden innemen die hun broodheren (m/v) onwelgevallig zijn.

Maar ook als ze hun goede redenen zouden hebben: zwijgen en de andere kant op kijken is een keuze. En dus ook de verantwoordelijkheid van de betrokkenen zelf.  Als die morgen de moedige beslissing zouden nemen om zich van beleidsinstanties met een tunnelvisie niets aan te trekken (en daarbij voor lief te nemen dat dit op de korte termijn wat centen kost), men zou er vergif op kunnen innemen dat de debatcultuur in geen tijd zou veranderen – gewoon door het mechanisme van ‘de kritische massa’, die dan voor één keer een mooie dubbele betekenis zou krijgen. Democratie slijt bij niet-gebruik. Er geen gebruik van maken is dus ondemocratisch.

Herinner u hoe stil het is geweest in deskundigenmiddens in alle belangrijke mobiliteits- en planologische debatten van de laatste jaren: de Ring van Brussel, de shoppingcentra, de alarmerende ongevallencijfers, de besparingen bij De Lijn, de Oosterweelverbinding… Is het geen schandvlek op het blazoen van alle verkeersdeskundigen en stedenbouwkundigen dat het debat over die laatste uiteindelijk is bepaald geworden door een reclameman en een germanist? (waarmee ik niets wil afdoen aan de prestatie van de betrokkenen – wel integendeel)

Ik wacht vol ongeduld op de dag van zo’n Nieuwe Verlichting – de dag ook waarop de echt grote beleidsmannen en -vrouwen eindelijk de kans zullen krijgen om hun grootsheid te tonen.

Sprakeloos

Mag een blog over mobiliteit zwijgen op dagen als deze? Of moet hij zwijgen?

Zwijgen zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat wat gebeurd is ons koud laat.

Dus moeten we iets zeggen. Maar wat?

Het paradoxale: dat we er geen woorden voor hebben? Of het vanzelfsprekende: dat we meeleven met alle getroffenen? Dat zijn er in dit geval heel veel: alle landgenoten en ontelbaren buiten dit land voelen mee in de pijn en het verdriet. Zelden was zo duidelijk wat verkeersongevallen te weeg brengen. Het gaat nooit om alleen maar de slachtoffers in de statistieken. Het gaat om vele malen meer mensen in concentrische cirkels daarrond: de ouders, broers, zussen, grootouders, vrienden, kennissen en in dit geval miljoenen onbekenden die plots eraan herinnerd worden wat écht waardevol is in de wereld.

Misschien klinkt het belerend (maar het is net zo goed voor mezelf bedoeld), maar zou het niet zin-gevend zijn mochten we uit het drama in Zwitserland de les trekken dat, als kinderen het hoogste goed zijn in onze maatschappij (en ik schrijf dit met het grootste respect voor de volwassen slachtoffers), we ons er in het verkeer ook naar moeten gedragen?

Ik ben niet naïef. Ik weet ook wel dat die les zal slijten. Er is meer nodig dan moraliserend gepraat (maar soms kan dat echt wel op z’n plaats zijn – als we dat niet geloven kunnen we ons hele opvoedingssysteem wel inpakken) om tot een duurzaam veilige samenleving te komen. Maar als ze nu toch al eens enkele weken kon blijven hangen…We zouden vele soortgelijke, maar door hun spreiding veel minder opvallende, drama’s kunnen vermijden.

Zou het, met andere woorden, niet troostend zijn voor de families van de slachtoffers mocht over een jaar of wat bij de analyse van de statistieken kunnen worden gezegd: ‘sinds het drama in Zwitserland werd er voorzichtiger gereden op onze wegen en daardoor daalde het aantal ongevallen spectaculair’?

Misschien?

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers