
Ze is nog niet helemaal af, de Markt van Lier. Maar omdat wij van alle markten willen thuis zijn, gingen we toch maar al eens een kijkje nemen. Na de autovrije Markt van Geel en, iets langer geleden die van Turnhout, hebben we de smaak te pakken (al doet het pijn dat mijn eigen gemeente, Herentals, hopeloos achterblijft).
Het is niet vanzelf gegaan, het proces naar de nieuwe Markt.Er kwamen veel zwarte vlaggen en middenstandsdemagogie aan te pas. Maar het resultaat mag er wat mij betreft wezen. Ook hier is gekozen voor een sobere aanleg met, voor het verkeer dat nog toegelaten is, een zacht maar efficiënt gesuggereerde rijloper. De materiaalkeuze is wat ruwer dan in Geel, maar gezien de historische gevels rondom (iets waarvan ze in Geel niet bepaald ‘last’ hebben) de juiste. Met uitzondering wellicht van het middengedeelte dat echt wel oneffen ligt en weinig loopvriendelijk is.
Ook die van Lier hebben ervoor gekozen de stenen vlakte te breken met water – al is het doelpubliek hier duidelijk al wat ouder: ronde kuipen met een fontein en een geiserachtige installatie die af en toe stoom spuit fascineren de voorbijgangers. Een paars licht zorgt in de duisternis ongetwijfeld voor een mystieke sfeer, nog versterkt door het geluid van klankschalen dat mysterieus opklinkt uit ronde roosters in de grond. Benieuwd of deze gadget overeind gaat blijven of spoedig op klachten van hoorndol geworden omwonenden zal stuiten.

De keuze voor strakke, hoekige lantaarnpalen is gedurfd, maar alleszins meer verantwoord dan de historiserende exemplaren die je in soortgelijke omgevingen wel eens aantreft.
De wachthaltes voor De Lijn zijn nog niet helemaal klaar, maar in al hun moderne eenvoud staan ze hun mannetje in deze monumentale omgeving.

Ook mooi tenslotte dat ook hier het beleid de moed heeft gehad om komaf te maken met de terrassenbouwsels van de horeca, waardoor ook die gevelpartijen nu helemaal tot hun recht komen.
De Markt van Lier, je komt er voortaan voor je plezier…

Enige punt van kritiek is de vrijwel volledige afwezigheid van groen op het plein, waardoor het voor sommigen te kaal en te koud is. Voor het klassieke tegenargument, dat dit plein ‘stedelijk’ is en dus stenig mag zijn, heb ik nu minder begrip dan enkele jaren geleden. Steeds meer voorbeelden in binnen- en buitenland tonen aan dat de tegenstelling stad-groen een valse is en dat ze elkaar helemaal niet hoeven uit te sluiten.