Laat mij duidelijk zijn. Ook ik erger mij regelmatig aan de vakbonden. Als ze elk debat over hervormingen weigeren nog voor het begonnen is, bijvoorbeeld. Of als ze systematisch “neen” zeggen zonder alternatieven op tafel te leggen. Of wanneer ze steigeren wanneer de bedrijfswagens in het vizier dreigen te komen. Ook ik houd niet van het PVDA-simplisme dat “de arbeider” idealiseert en de bemiddelde criminaliseert. En ja, ik heb mijn wenkbrauwen gefronst toen ik een groen parlementslid hoorde klagen dat de digitale televisie duurder zal worden. Alsof digitale televisie een mensenrecht is.
Maar dezer dagen erger ik mij vooral aan het korte geheugen van vele media en de mensen die ze aan het woord laten. 500 dagen lang bestond er in ons land maar één probleem: het communautaire. Wie suggereerde dat er nog andere kwesties waren, werd weggezet als een slechte Vlaming. De klimaatverandering, verkeersonveiligheid en immobiliteit, afhankelijkheid van gevaarlijke kernenergie en olie afkomstig van misdadige regimes, toenemende armoede, hoge zelfmoordcijfers, wachtlijsten voor zorgbehoevenden, een 19e eeuwse justitie en de instroom van vluchtelingen: details.
Toen knipte een ratingbureau met de vingers en moest alles wijken voor de eurocrisis. Niet alleen de Walen leefden boven hun stand, zo bleek: wij allemaal!
Dan word ik achterdochtig. Als “ze” beginnen te zeggen dat “we” een probleem hebben, dan bedoelen ze meestal “jullie”. En dan moeten “wij” oppassen.
En ja hoor, dan volgt een diarree van lezersbrieven en commentaarstukken van het Front van Verantwoordelijke Weldenkenden.
Van thuiswonende jongeren die de profiterende ouderen de les lezen en de eigen generatie een maturiteit toedichten die we helaas niet kunnen aflezen uit de maandagkranten.
Van een liberale hoofdredacteur die zich afvraagt of die stakers van de openbare dienst dan echt niet moeten vrezen om ontslagen te worden (godgeklaagd, die werknemersrechten!).
Van jonge, kinderloze middenstanders die blakend van ambitie en gezondheid hun arbeidsethos laten contrasteren met dat van de profiteurs van het spoor.
En last but not least de economisten, de astrologen van deze tijd, die ons vertellen dat er “geen keuze” is.
Als er werkelijk geen keuze is, waarom organiseren wij dan überhaupt verkiezingen? Ooit vond een journalist het woord ‘steekvlampolitiek’ uit. Maar er bestaat ook ‘steekvlamjournalistiek’: berichtgeving die geen verbanden legt.
Er moet bespaard worden. Maar een tax op business seats in de luchtvaart, een vermogensbelasting, een opheffing van het bankgeheim, een beperking van de bonussen? “Onrealistisch.” Een debat over de lonen van CEO’s? In de kiem gesmoord. “Die CEO’s verdienen veel minder dan elders in Europa.” Een handicap als je de beste mensen wil aantrekken! Wat voor gewone werknemers als een concurrentieel voordeel zou worden beschouwd, is eensklaps een nadeel. Niemand die ervan opkijkt. We zijn geschokt als er weer eens een jong mens uit het leven stapt. “Hij leek perfect gelukkig.” Niet meekunnen in de ratrace, het staat niet goed. De volgende dag keert het refrein terug: er moet meer en langer gewerkt worden. Dat moet iedereen begrijpen. Zegt de socialistische partijvoorzitter van wie een voorganger enkele weken geleden op pensioen ging. Op 57 jaar.
“We” leven boven onze stand. Dus ook de 1,7 miljoen kansarmen van dit land? En ook de 88.000 miljonairsgezinnen? De vraag stellen is ze beantwoorden.
Maar ter linkerzijde is het thema van de herverdeling er de jongste decennia nauwelijks één geweest. De focus lag op het vergroten van de taart. Zo lang die groter werd, moest er over herverdeling niet gepraat worden. Comfortabel voor iedereen. Geen wonder dus dat VOKA zo hamert op “groei”. En logisch dat de vakbonden zich jarenlang in dat scenario inschreven.
Tegen de achtergrond van een exploderende wereldbevolking, peak oil, een kantelend klimaat, nieuwe economieën met enorme behoeften, getuigt het evenwel van gezond verstand om te erkennen dat ‘schaarste’ een gegeven is. En dat herverdeling een must is.
Herverdeling van zowel de materiële als van de immateriële rijkdom. Behalve van geld en goederen dus ook van tijd, gezondheid, milieu, mobiliteit, enzovoort. Die overstijgt de artificiële opdeling tussen Wallonië en Vlaanderen en raakt de essentiële, globale opdeling: die tussen rijk en arm.
Als we ons dan concentreren op de herverdeling van de taart, dan komt er allicht ook meer aandacht voor de kwaliteit van de taart. Wat heb je aan een grote taart als ze oneetbaar is? Dan zien we misschien ook het verband tussen de rellen in Londen en sociale ongelijkheid. Tussen I-phones en mensonterende arbeidsomstandigheden. Tussen werkdruk, stress en zelfdoding en vervroegd pensioen. Tussen het belang van vakbonden en levenskwaliteit.
En dan, dan zullen we ontdekken dat er wél iets te kiezen is.
PS. Geschreven op een vakantiedag waarvoor ik eerder werkte