RSS Feed

Categorie archief: Literatuur

Boekentip voor auto-didacten

Geplaatst op

Lezen zou geen straf mogen zijn, schreef iemand toen politierechter Peter D’Hondt een tijdje geleden een wegpiraat veroordeelde tot het lezen van ‘Tonio’ van A.F.Th. Van der Heijden. Maar toch. Als het zou helpen, waarom niet?

Als lezen mensen op betere gedachten kan brengen – iets waar ik als schrijver uit puur zelfbehoud maar van uitga – dan heb ik hier een boek dat alle wegen- en autobouwers verplicht zouden moeten lezen. Behalve dat ze zichzelf er misschien in zullen herkennen en dat dit een pijnlijke ervaring kan zijn, denk ik dat de lectuur best mee zal vallen: de (mede)scenarist van o.m. ‘Blackadder’  weet wat humor is en de enkele te prekerige uitwijdingen vergeven we hem graag (al was het maar omdat hij zonder meer gelijk heeft).

Het boek dateert al uit 1991, maar het heeft helaas niets aan actualiteit ingeboet. Het is een spannende satire op onze autodenkende maatschappij met in de hoofdrol twee mensen met een handicap. Daardoor wordt ons ook een prettig confronterende spiegel voorgehouden van hoe onze samenleving (wij dus) deze mensen behandelen.

Op pagina 287 komen beide thema’s mooi samen in dit typerend fragment: ”Tijdens een verkeersopstopping is een automobilist volkomen gehandicapt. Hij kan niet lopen, hij is niet in staat zich te verplaatsen. Nu files overal in de ontwikkelde landen in toenemende mate voorkomen, kiezen meer en meer mensen er vrijwillig voor om een paar uur per week gehandicapt te zijn, om het gebruik van de benen die God ze gegeven heeft op te offeren in ruil voor de illusie van de onbezorgde mobiliteit.”

  • ELTON BEN, File!!!, Amber, Amsterdam,1992, 298 blz.

De openbaarste bibliotheek van de wereld

Geplaatst op

Je kunt dat zo hebben. Je leest een boek, daar komt iets in voor waar je daarvoor nog nooit van had gehoord, en even later – boem, pats! – doemt dat waarvan je daarvoor het bestaan nauwelijks bevroedde op voor je neus.

Onlangs had ik het weer. In het in alle betekenissen prachtige boek ‘Hartstochtjes’ van Kees van Kooten (alleen al de titel rechtvaardigt de aankoop) las ik in het hoofdstukje ‘Weesboeken’ over het concept van ‘bookcrossing’. Dat werd in 2001 bedacht door de Amerikaan Ron Hornbaker, “die de wereld wilde omtoveren tot één grote gratis bibliotheek.” Door op het boek een unieke code te kleven (af te halen van de website bookcrossing.com) kan je naderhand traceren waar het boek dat je lukraak in de openbare ruimte achterliet terecht is gekomen. Als de nieuwe eigenaar zo vriendelijk is om de code in te geven, tenminste.

Bij het concept horen ook OBCZ’s, Official Book Crossing Zones: plaatsen waar je boeken voor niks kunt achterlaten of gratis kunt meenemen. Die was ik dus nog nooit tegengekomen. Tot twee weken later – boem, pats, inderdaad – ik de nieuwe botanische tuin in Bordeaux bezocht en daar oog in oog kwam te staan met een publieke boekenkast.

Het aanbod was verbazend kwalitatief. Dat ik niks naar mijn gading vond, lag dus uitsluitend aan mij. Geen erg trouwens, want ik kikkerde er helemaal van op. Dat zo’n initiatief kan bestaan, is niets minder dan een opgestoken middelvinger naar alle misantropen en cynici. Of hoe de hoop op een betere wereld de vorm kan aannemen van een eenvoudig boekenkastje.

Op www.bookcrossing.com kan je de lijst van boeken en de ‘vrijlaatplekken’ terugvinden (gaande van straten over bussen en trams tot musea), een handleiding over ‘hoe zelf boeken vrijlaten’ of ‘wat doen als je er één gevangen hebt’ én een hulp om zelf een OBCZ op te richten.

Overigens blijkt dat er al drie OBCZ’s in België zijn, netjes verdeeld over de gewesten: één in Gent (Lange Kruisstraat 6L), één in Brussel (Café Novo, Oude Graanmarkt 37) en één in Namen (Venelle des Capucins 6).

Vrijwillig gevangen

Het was al dik twintig jaar geleden dat ik nog aan de Franse Rivièra (de Côte d’ Azur) was geweest. Dat kan helaas niet worden gezegd van de meeste projectontwikkelaars.

Het weerzien was dan ook niet onverdeeld positief. De streek is aardig getekend door de bouw- en verkavelingswoede. Op vrijwel elk uitkijkpunt kan worden geconstateerd dat het landschap letterlijk is bezaaid met villa’s in alle vormen en formaten. Voor ongeveer elke verplaatsing is een auto nodig: de school, de post, de bakker, de kruidenier (voor zover nog aanwezig: doorgaans vervangen door een ‘Supermarché’)… Door de grote ‘sprawl’ zijn de bewoners afhankelijk geworden van hun auto. En dat is te merken aan de drukte op de wegen.

Met die wetenschap in het achterhoofd is een mens haast blij met die andere stedenbouwkundige ontwikkeling: de opkomst van het condominium (of de ‘gated community’), zeg maar de neomiddeleeuwse woonvorm waarbij mensen zich, kennelijk bang voor de buitenwereld, in groepjes terugtrekken achter muren of hekwerk. Je komt er alleen in als de camera of de concièrge je gezicht kan hebben. En mocht dat lukken is het nog lang niet zeker of je er ooit weer uit komt. Want zoals Jan Van Loy in zijn prachtige novelle ‘De Heining’ illustreerde is het zeer wel denkbaar dat het gevaar niet buiten maar binnen de muren zit. Stel je alleen al voor dat je wat wil peddelen in het gemeenschappelijke zwembad op de binnenplaats: potentieel begluurd door al je buren. Of is het dat wat ze een subjectief veiligheidsgevoel noemen?

De deviante sociologie van J.G. Ballard

Zo gaat dat soms. Je leest iets puur voor je ontspanning en dan blijkt het achteraf nog relevant en actueel te zijn ook. Het overkwam me met ‘Super Cannes’ van de twee jaar geleden overleden Engelse auteur J.G. Ballard. Lezers van deze blog zullen hem misschien kennen van zijn controversiële cultboek ‘Crash’ (1973), waarin hij de verborgen erotiek van het auto-ongeluk behandelt (maar zelfs na het zien van de verfilming uit 1996 ontgaat die erotiek mij).

 Ik nam het boek mee op vakantie omdat het zich afspeelt aan de Franse Riviera, meer bepaald in de omgeving van Cannes. Wij maakten de autotocht in twee dagen: de eerste nacht overnachtten we – overigens geheel ongepland -  in Hauterives, het dorp van ‘le facteur Cheval’ (waarover dan weer de Vlaamse auteur Koen Peeters een boek schreef) even bezuiden Lyon.  Eenmaal gearriveerd in ons dorpje op 8 kilometer van Cannes toog ik aan het lezen. En wat bleek? De hoofdpersonen in Supercannes verplaatsen zich van Engeland naar Cannes en overnachten de eerste nacht in… Hauterives.

Het was genoeg om er helemaal in te komen en mijn vakantie liep soms opvallend parallel met het boek. Ik kwam ongepland terecht in La Bocca, de voorstad van Cannes die voor Ballard het toneel is van drugshandel, prostitutie en straatgeweld, en later bezochten we de inspiratiebron voor de roman: Sophia-Antipolis, de Europese ‘silicon valley’, een aaneenschakeling van onderzoekscentra waar wetenschaps- en bedrijfswereld in een moderne symbiose samenleven en daarbij dik 25000 bollebozen te werk stellen.

Ik had gedacht dat ik met mijn terugkeer naar België het boek wel achter mij zou kunnen laten, maar niets bleek minder waar. Want de rellen in Londen en andere Britse steden bleken een akelig hoog Ballardgehalte te hebben – iets wat blijkbaar ook de Britten zelf niet ontging, want ze hebben het nu over Ballardiaanse toestanden. Eén van de thema’s in Ballards “deviante sociologie” (zegt Wikipedia) is immers de mogelijke rol van geweld als medicijn tegen saaiheid en verveling. In ‘Supercannes’ laat hij een psychiater ‘kleine doses geweld’ voorschrijven aan zijn patiënten die in een voorspelbare, georganiseerde en ‘dus’niet spannende en saaie omgeving leven. Onnodig te zeggen dat de therapeutische knokpartijen uit de hand lopen… Wie de beelden uit Groot-Brittannië bekijkt en de verhalen leest over sociale paria’s die uit ‘begrijpelijke’ frustratie handelen, maar ook over welstellende plunderaars wiens gedrag ‘onbegrijpelijk’ is, kan niet anders dan zich afvragen: heeft Ballard misschien geen punt en hebben mensen werkelijk nood aan een bepaald ‘spanningsniveau”?

Schild en vriend

“Een Marswezen zou moeilijk kunnen begrijpen dat wij aardbewoners auto’s classificeren naar een klein, voor het functioneren van de auto volstrekt inessentieel plaatje of schildje voor op de radiator.” (blz. 488)

Uit: KOUSBROEK RUDY, Het meisjeseiland, Zijn mooiste werk verzameld, Uitgeverij Augustus, Amsterdam, 2011, 608 blz. Een aanrader voor wie het genre van het essay koestert: daarin is de vorig jaar overleden Kousbroek een absolute meester. (en voor de aardbewoners onder de lezers: het schildje is dat van een Maybach)

Het evenwicht van Martin Bril

Geplaatst op

De (heel) trouwe lezers van de bezoekers van dit internethoekje weten het al: ik ben een fan van de Nederlandse columnist Martin Bril. Nu twee jaar geleden overleed hij aan kanker en recent verscheen er een verzameling columns en emails die een beeld geven van de strijd die hij leverde.

‘Het evenwicht’ heet het boek (Uitgeverij Prometheus) en het kreeg in de pers al slechte kritiek omdat het, en nu vat ik het samen in mijn eigen woorden, de overleden schrijver te kwetsbaar voorstelt. Ik kan die kritiek begrijpen, maar niet onderschrijven.

Bril was voor mij een model, een voorbeeld. een man die aan de kunst van het flaneren die van het observeren koppelde en daar dan de juiste woorden voor vond (hij verrijkte onze taal onder meer met de begrippen ‘korterokjesdag’ en ‘etalagebenen’): wow!

Dan moeten vaststellen dat de man zich op het einde van z’n leven mislukt voelde: au!

Daar gaat dan je rolmodel.  Soms zijn er inderdaad dingen die je liever niet had geweten. Maar ook ongemakkelijke waarheden hebben hun bestaansrecht. 

In dit geval is dat, denk ik, te vinden bij zijn lotgenoten: andere mensen die ook kanker hebben. Voor hen zal dit boek heel herkenbaar zijn en, ben ik geneigd te denken (ik ben voorzichtig, want geen ervaringsdeskundige), een troost.

Bril zegt ergens in een email: ‘Ze weten alles van oncologie, maar niets van kanker.” Ik denk dat dit ene zinnetje heel goed samenvat waar de sterktes én de zwaktes liggen van onze hooggespecialiseerde medische wereld.

Het nieuws als avonturenroman

Vandaag opent de Standaardsite met volgende cliffhangers:

“Krijgt Japan de ramp in de kerncentrale onder controle?”

“Komt er een militaire ingreep tegen Libië?”

Het nieuws wordt meer en meer gebracht als een avonturenroman. Misschien terecht. Tenslotte is de voorwaarde om een roman ten volle te kunnen smaken ‘de opschorting van ongeloof’ een absolute voorwaarde. Die voorwaarde lijkt ook steeds meer van toepassing op de dagelijkse actualiteit. Wat gisteren niet meer dan kitscherige mangafictie was, is vandaag bittere ernst.

Het geeft ook aan hoe razendsnel onze perceptie, onze interpretatiekaders en onze verwachtingen wijzigen. Nauwelijks enkele maanden geleden gold de Arabische wereld nog als één pot nat waar dictaturen het legitieme alternatief waren voor fundamentalistische regimes. Tot één marktkramer zichzelf in brand stak en daarmee een ketting van gebeurtenissen in gang zette (bemerk de analogie met Principe, die letterlijk en figuurlijk het startschot gaf voor de Eerste Wereldoorlog). Het onmogelijke gebeurde: in no time werden de dictators van Tunesië en Egypte verjaagd. Op enkele weken tijd veranderde ons verwachtingspatroon zo ingrijpend, dat iedereen ervan uitging dat ook Kadhafi snel zou volgen. Alweer mis.

Idem dito voor kernenergie. Amper twee weken geleden leek het, onder het mom van ‘klimaatbeleid’ een stralende toekomst tegemoet te gaan. Vandaag ligt het uitgeteld in de hoek waar de klappen vallen. “Over and fallout.” In zijn neergang trekt het nog wat clichees met zich mee over efficiënte Japanners die de geheimen van de high tech als geen ander beheersen. Niet allen zijn er vandaag Franse robots onderweg om in de Japanse kerncentrales operaties te gaan uitvoeren, de high tech-maatschappij blijkt in al haar superioriteit in essentie afhankelijk van simpele dingen als een waterpomp die al dan niet werkt. 

Even veelzeggend is de foto die gisteren in sommige kranten stond van mensen die met een fiets elektriciteit bij elkaar trappen om de benzinepomp aan te drijven. Back to basics. Hopelijk trekken we er enige lering uit.

De vraag van de kunstenaar

Geplaatst op

“Hij was kunstenaar als hij vuur zag, al was het maar een luciferskop (hij was nu in zijn studeerkamer en stak zijn eerste sigaret op): instinctief erkende hij het vuur als elementaire natuurkracht. Hij was kunstenaar als hij de maatschappij zag: het kwam nooit bij hem op dat de maatschappij zo moest zijn, het recht had, de plicht had om zo te zijn. Een auto in de straat. Waarom? Waarom auto’s? Zo moet een kunstenaar zijn: belaagd door beginselen tot de totale krankzinnigheid of verbijstering erop volgt.”

Aldus Martin Amis in zijn roman ‘De informatie’ (1995) op pagina 8. Blijkt dus dat de vraag die ik me al jaren stel de vraag van een kunstenaar is. Een totaal krankzinnige of verbijsterde kunstenaar wel, maar toch: een kunstenaar.

Het ‘Laurentke’ van de Nederlandse regering

Ooit verklaarde Prins Laurent, dezelfde die onlangs staande werd gehouden omdat hij in een Brusselse tunnel 80 reed waar maar 50km/u was toegestaan,  dat hij snel rijdt omdat dit veiliger is, “want hoe sneller je rijdt, hoe minder lang  je op de openbare weg bent”. Sindsdien is “een Prins Laurentke doen” een staande uitdrukking voor soortgelijke pareltjes van kromredeneringen die in de Encyclopedie van de Domheid van Matthijs van Boxsel een ereplaats zouden moeten krijgen.

De Nederlandse regering doet nu ook een gooi naar een vermelding in de Encyclopedie, al vind ik dat ze qua originaliteit laag scoort want te dicht bij het originele “Laurentke” blijvend. Door op sommige Nederlandse snelwegen de maximumsnelheid van 120 km/u op te trekken naar 130 km/u, gelooft men de files sneller te kunnen wegwerken.

Dat het studiebureau Goudappel Coffeng berekende dat de verwachte tijdswinst zal worden opgesoupeerd door bijkomend autoverkeer en zware ongevallen, is een detail waar vlotjes aan voorbijgegaan wordt.

Nu doet ook de Nederlandse politie haar duit in het zakje, met de aankondiging dat ze zal controleren vanaf een snelheid van 139km/u. Om “op veilig te spelen”, opdat er toch zeker niemand zou worden bekeurd die 129 reed. 

Matthijs van Boxsel kan op zijn twee oren slapen. Er is nog stof voor ettelijke delen van zijn Encyclopedie.

Naschrift: Verkeersnet.nl maakt intussen melding van de evaluatieresultaten van een soortgelijke maatregel in Denemarken, ingevoerd in 2004. Blijkt dat er in de bestudeerde periode (het jaar na de verhoging van de snelheidslimiet) 9% meer gewonden vielen, terwijl in de wegvakken waar de oude snelheidslimiet van kracht bleef het aantal gewonden met 40% daalde.

Als de werkelijk gereden snelheden werden gerelateerd aan de ongevallen, dan bleek dat een verandering in de gemiddelde snelheid van +/- 1 km/u leidt tot een toe-/afname van het aantal ongevallen en gewonden met 10 procent. Bovendien bleek ook het milieu een verliezer: de CO2 en NOx emissies namen op de 130km/u-wegen toe met ongeveer 1 procent, terwijl ze op de snelwegen met een limiet van 110km/u terugliepen met 3 tot 4 procent. 

Nederland gaat nu dus op eigen houtje ontdekken dat het water warm is. Wraakroepend dat hiervoor mensen zullen moeten sterven.

Kruispunten met een andere bril

Trouwe lezers van deze blog weten het onderhand: ik ben een fan van Martin Bril, de Nederlandse schrijver die in 2009 op veel te jonge leeftijd aan kanker overleed. Onlangs verscheen er onder de titel ‘Buurtgeluiden’ weer een bundeling van zijn columns: een kleinood van scherpe observaties wat er in Brils Amsterdamse buurt allemaal gebeurde. In één van zijn stukjes heeft hij het over een dodehoekongeval waarbij een jong meisje op de fiets om het leven kwam. Enkele uren na het drama verwondert hij zich erover hoe snel alles weer in z’n normale plooi valt, alsof er niets is gebeurd: “Het was, met andere woorden, alsof de dood niet had toegeslagen; alles was weer bij het oude, en de dag werd almaar warmer. Langs hoeveel van dit soort kruispunten komen we elke dag? Ze hebben allemaal hun dode meisjes.”

Een gedachte die helaas maar al te waar is.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers