We blijven nog even in Lier. Ik leer intussen dat het er nog altijd rommelt over de verkeerscirculatie in het centrum. De knip werd door het stadsbestuur weer afgeschaft en een alternatief circulatieplan kwam in voege, nog voor de definitieve situatie kans had gehad zich te bewijzen. Die fout wordt wel eens meer gemaakt: al te gemakkelijk gaat men eraan voorbij dat een belangrijk deel van mobiliteit een kwestie van gewoontegedrag is. Het duurt een tijdje voor dat gewijzigd is – en dus moet je het ook dat tijdje geven om zich aan te passen.
Het nieuwe circulatieplan heeft de autodruk kennelijk naar weer andere straten verschoven – het lijkt wel sterk op de soap van de nachtvluchten in Zaventem… Vandaag stelde de N-VA een compromisplan voor dat ‘de lasten en de lusten rechtvaardig verdeelt’, waarop onmiddellijk door weer andere gedupeerden werd gereageerd.
Tja, dit is gedoemd om een never ending story te zijn zolang men de oorzaak niet durft aan te pakken: er is te veel autoverkeer in de stad. Een stad die inzet op leefkwaliteit moet Koning Auto van zijn troon durven stoten en resoluut kiezen voor het soort verkeer dat wél rijmt met nauwe straatjes en een grote dichtheid van functies en mensen: voetgangers en fietsers. Dat hoeft overigens niet te betekenen dat mensen die slecht ter been zijn veroordeeld worden tot immobiliteit. Het is een sprookje dat die allemaal zelf een auto hebben (veeleer integendeel: het autobezit daalt sterk boven de 65 jaar) en voor taxi’s kan vanzelfsprekend een uitzondering worden gemaakt.
Overigens stelde ik tijdens mijn wandeling door Lier vast dat er een tegenbeweging van Lierse gezinnen (de klanten van de middenstand zeg maar) op gang is gekomen. Met een sobere maar veelzeggende affiche, die in sommige straten huis aan huis hangt, maken ze duidelijk dat de leefkwaliteit van een stad niet wordt bepaald door de vlotheid van het doorgaand verkeer…
Zie ook: http://deanderekrispeeters.wordpress.com/?s=De+%27auto-koppen%27







