Het niemandsland tussen twee computers heeft veel weg van een mijnenveld. Een virtueel dan wel, want ik wil me allerminst bezondigen aan de ontwaarding van woorden. Wat ik zeggen wil is dit: het is voorlopig behelpen geblazen met nog niet overgezette bestanden, een gecrashte harde schijf, voorlopige programma’s en definitieve programma’s die net dat tikkeltje anders zijn opdat ingesleten automatismen opnieuw denkwerk vereisen. Met dank aan de informatici die nog steeds producten ontwerpen met de logica van een andere planeet. “In jullie logica,” zo zei ik onlangs tegen een bevriend informaticus, “getuigt het van vooruitziendheid en gezond verstand als je een boek dat je bevalt dubbel aanschaft en twee keer in je boekenkast zet.” Waarop hij: “Toch niet in dezélfde boekenkast?” Voorts mag ik hem graag, maar die logica is niet direct de mijne. Met alle gevolgen van dien natuurlijk, want ook ik ben afhankelijk geworden van hun technologie.
Dit gezegd zijnde: ik heb me voorgenomen om in de maand februari een mobiliteitsdagboek bij te houden. De bedoeling is dat ik dagelijks verslag uitbreng van mijn verplaatsingen en de kleine en grote avonturen die daarmee gepaard gaan. Allicht zal dit weinig sensationele verhalen opleveren, maar allicht wel voor iedereen herkenbare. Verkeersgeschiedenissen, noem ik ze en ik denk dat we er wel wat uit kunnen leren. Het zijn de kleine en grote dingen die in belangrijke mate ons verplaatsingsgedrag bepalen, maar meestal onzichtbaar blijven in het woud van al dan niet relevante cijfergegevens waardoor ons mobiliteitsbeleid (al te vaak gereduceerd tot verkeersbeleid) overwoekerd wordt.
Bij wijze van voorsmaakje: hierboven een kiekje geoogst op het fietstochtje dat we vanmorgen maakten naar het van vrienden cadeau gekregen ontbijt. Het betreft een typisch beeld van hoe de rijweg voor de auto’s netjes wordt achtergelaten, terwijl het fietspad en het trottoir achtergelaten worden als een deel van de werf. Fietsers die er hun banden op kapot rijden zouden eigenlijk consequent hun onkostennota (herstelkosten, tijdverlies) moeten bezorgen aan de werfverantwoordelijken. Zo zouden automobilisten het toch doen, niet?