RSS Feed

Categorie archief: Architectuur

Restyling van de De Merodebossen

Geplaatst op

Wie dacht dat bossen niet kunnen worden ‘restyled’ moet dezer dagen eens naar de ‘De Merodebossen’ in de Kempen trekken. De rustbanken kregen er een nieuwe, eenvormige en bewonderenswaardig sobere look waardoor ze perfect harmoniëren met de natuurlijke omgeving en toch voldoende opvallen.

Het is trouwens niet bij een look gebleven. Natuurpunt is druk doende met ingrepen in het landschap om de biodiversiteit een ‘boost’ te geven en de filosofie van maximale toegankelijkheid getrouw werd het hele netwerk van paden herdacht.

Het zegt iets over de recreatiedruk op onze bossen dat we nu ook daar al in de bossen naar een scheiding van weggebruikers moeten gaan: er zijn paden voor fietsers, paden voor voetgangers, paden voor voetgangers en fietsers en paden voor ruiters. En dan nog zie je dat er bijvoorbeeld een mountainbikepad ‘ontstaat’ naast een ruiterpad.

Het gewenste gebruik van die verschillende paden is trouwens in dezelfde nieuwe huisstijl aangegeven. Klaar en duidelijk, zonder opdringerige, storende roodwitte verbodsborden. Hopelijk wordt dat voor sommigen niet het ultieme excuus om zich van de regels niets aan te trekken.

Er is, in dezelfde stijl en filosofie, ook een nieuwe brug gebouwd over een weg die het boscomplex genadeloos doorsnijdt: ‘de Beeltjens Kwarekken’. Ze mag er best wezen, al is mij niet helemaal duidelijk hoe ze is bedoeld: als een brug voor wandelaars of als een brug voor wandelaars én fietsers?

De brug bevindt zich op een route voor die twee laatsten en toch kreeg ze maar langs één kant een helling. Aan de andere zijde bevindt zich een trap met slecht zichtbare treden. Het aanbrengen van wat strips zou slechtzienden wellicht een grote hulp zijn.

Aan de trapzijde is er weliswaar ook een gootje, maar bijvoorbeeld voor fietsers met een aanhangwagentje blijft dit een te nemen hindernis.

Overigens is het nog nog even wachten op de finishing touch: het aanbrengen van welkomstborden en, hopelijk, de nodige oriëntatieplannetjes.

Voor mij alvast niet de enige reden om nog eens terug te komen…

De Esplanade des Quinconces

Geplaatst op

U vraagt, wij draaien (soms door). Naar aanleiding van de kleine discussie alhier over ‘groen’ op stedelijke pleinen vroeg iemand naar stichtende voorbeelden.

Welnu, hier is er één dat volgens mij een eervolle vermelding verdient: de Esplanade des Quinconces in Bordeaux. Weliswaar aangelegd tussen 1827 en 1858, maar dat kan je ook zien als een bewijs van kwaliteit: blijkbaar heeft het alle modes doorstaan en wordt het nog altijd naar waarde geschat. Overigens betekent dat niet dat de tijd er is blijven stilstaan. Intussen glijdt de tram er door en de grote open ruimte in het midden wordt intensief gebruikt voor manifestaties en evenementen allerhande.

Ik was er in de gietende regen, tijdens een voorjaarsbuitje, tijdens een doordeweekse regenvlaag en ook wel tijdens een plensbui en in de stortregen. En al kon ik de bescherming van het groendak appreciëren, ik heb zo’n flauw vermoeden dat het er bij zomerse zonneschijn nog aangenamer moet zijn.

Toen de gevels nog spraken

Geplaatst op

Er is een tijd geweest dat veranderingen zo langzaam gingen dat de mensen nog geloofden in de eeuwigheid. Dat de naam of de bestemming van een huis ooit zou veranderen, dat kwam niet eens bij hen op. Dus was het niet zo gek om hem in de gevel te beitelen of in beton te gieten. De langzaamheid van die tijd nam ook de vorm aan van letterlijke traagheid in de straat: mensen wandelden nog veel.

De stad hoefde zich nog niet met schreeuwerige levensgrote, bij voorkeur generische boodschappen te richten op de vernauwde blik die kenmerkend is voor snelverkeer. Dus loonde het nog de moeite om aandacht te besteden aan details, zelfs al bevonden die zich enkele verdiepingen boven de hoofden van de mensen.

De hedendaagse flaneur kan er nog de resten van ontdekken, vaak verweerd en onder een roetlaag van het verkeersgeweld, maar soms ook in zijn oude eer en glorie hersteld – misschien in de hoop dat op een dag het verkeer opnieuw tot mensenmaat zal zijn teruggebracht, zodat er weer volop van genoten kan worden.

Liers plezier

Geplaatst op

Ze is nog niet helemaal af, de Markt van Lier. Maar omdat wij van alle markten willen thuis zijn, gingen we toch maar al eens een kijkje nemen. Na de autovrije Markt van Geel en, iets langer geleden die van Turnhout, hebben we de smaak te pakken (al doet het pijn dat mijn eigen gemeente, Herentals, hopeloos achterblijft).

Het is niet vanzelf gegaan, het proces naar de nieuwe Markt.Er kwamen veel zwarte vlaggen en middenstandsdemagogie aan te pas. Maar het resultaat mag er wat mij betreft wezen. Ook hier is gekozen voor een sobere aanleg met, voor het verkeer dat nog toegelaten is, een zacht maar efficiënt gesuggereerde rijloper. De materiaalkeuze is wat ruwer dan in Geel, maar gezien de historische gevels rondom (iets waarvan ze in Geel niet bepaald ‘last’ hebben) de juiste. Met uitzondering wellicht van het middengedeelte dat echt wel oneffen ligt en weinig loopvriendelijk is.

Ook die van Lier hebben ervoor gekozen de stenen vlakte te breken met water – al is het doelpubliek hier duidelijk al wat ouder: ronde kuipen met een fontein en een geiserachtige installatie die af en toe stoom spuit fascineren de voorbijgangers. Een paars licht zorgt in de duisternis ongetwijfeld voor een mystieke sfeer, nog versterkt door het geluid van klankschalen dat mysterieus opklinkt uit ronde roosters in de grond. Benieuwd of deze gadget overeind gaat blijven of spoedig op klachten van hoorndol geworden omwonenden zal stuiten.

De keuze voor strakke, hoekige lantaarnpalen is gedurfd, maar alleszins meer verantwoord dan de historiserende exemplaren die je in soortgelijke omgevingen wel eens aantreft.

De wachthaltes voor De Lijn zijn nog niet helemaal klaar, maar in al hun moderne eenvoud staan ze hun mannetje in deze monumentale omgeving.

Ook mooi tenslotte dat ook hier het beleid de moed heeft gehad om komaf te maken met de terrassenbouwsels van de horeca, waardoor ook die gevelpartijen nu helemaal tot hun recht komen.

De Markt van Lier, je komt er voortaan voor je plezier…

Enige punt van kritiek is de vrijwel volledige afwezigheid van groen op het plein, waardoor het voor sommigen te kaal en te koud is. Voor het klassieke tegenargument, dat dit plein ‘stedelijk’ is en dus stenig mag zijn, heb ik nu minder begrip dan enkele jaren geleden. Steeds meer voorbeelden in binnen- en buitenland tonen aan dat de tegenstelling stad-groen een valse is en dat ze elkaar helemaal niet hoeven uit te sluiten.

Stalingradplaats

Geplaatst op

Bordeaux, Place Stalingrad. Ik blijf het curieus vinden hoe al die Stalingrad-pleinen en -straten in het westen de glasnost en de perestrojka ongehavend zijn doorgekomen.

Op deze Place Stalingrad staat dit publieke bronnetje. Om er water uit te laten komen, moet je het pedaal op de grond intrappen. Het water welt dan op in het midden tussen de kariatiden. Dat is dus pech voor kinderen, want ze zijn te klein om tegelijk te drinken en de pedaalknop te bedienen. En ook pech voor volwassenen, want de ruimte tussen de figuren is te smal om er een volwassen hoofd tussen te steken.

Bij nader inzien waren er misschien toch goede redenen om het plein zijn naam te laten behouden.

Je komt er, je blijft er (een beetje hangen)

Dit weekend herontdekten de Geelenaars hun Markt. Van een duffe parking met veel zoekverkeer verpopte die tot een plein dat als stadsliving kan fungeren. Kan? Zal! Zoveel is nu al duidelijk: het ontwerp wérkt.

We kunnen gerust gewagen van een breuk met het verleden, want de stad Geel heeft niet bepaald een geweldige reputatie als het gaat om de inrichting van het publieke domein.

Maar hier zit het duidelijk snor. De terrassen, gestoken in eenzelfde, rustbrengend kleedje, zaten afgeladen vol. Het grote plein werd van gevel tot gevel benut door gezinnen met kinderen. Sommige kinderen beleefden de dag van hun leven dankzij de variabele fonteinen die, samen met de suggestieve ‘paden’, de ruimte perfect breken.

De materialen werden goed gekozen: comfortabel beloopbaar en befietsbaar en schijnbaar stevig genoeg om in de toekomst alle evenementen – van kermis over markt tot muziekfestival – te dragen. Idem dito voor het straatmeubilair met o.m. fraaie houten banken die uitnodigen tot verschillende leun- en zithoudingen en moderne verlichtingspalen op maat van de ‘living’. Alleen jammer dat men ook niet meteen de lelijke elektriciteitskasten heeft weggewerkt. Dat zou wel meer hebben gekost, maar op een totaal van 4 miljoen euro is dat marginaal. Zoals een Herentalse schepen zaliger ooit placht te zeggen: wie over de kop kan, moet ook over de staart kunnen…

Nog een geruststellend woordje over het verkeer. De regionale televisiezender wist te melden dat “alle verkeer” over de Markt voortaan verboden is. Gelukkig is dit niet zo. Het verbod geldt alleen voor gemotoriseerd verkeer (met uitzondering van het openbaar vervoer en bestemmingsverkeer) en dus niet voor fietsers en voetgangers… Daarbij heeft men voor een oplossing zonder verdwijnpalen gekozen. Een bord met de waarschuwing ‘camerabewaking’ én een hooggemonteerde camera (met nummerplaatherkenning) zouden voldoende moeten zijn om de weldoende kalmte van deze nieuwe stadsliving te waarborgen.

Met deze eerste positieve indruk ben ik nu natuurlijk benieuwd wie de ontwerper was. Ik heb een vermoeden, maar de website van de stad Geel heeft het alleen over de naam van de aannemer…

Park Güell: van privé naar publiek en weer terug?

Het Park Güell is één van de topattracties van Barcelona en dit zowel voor de toeristen als voor de bewoners. Wat weinigen weten is dat het ooit werd opgezet als een ‘groen verkavelingsplan’: opdrachtgever Güell vroeg in het jaar 1900 aan architect Gaudi om een woonproject te ontwerpen met villa’s in een parkomgeving. De inspiratie daarvoor haalde Güell uit zijn zakenreizen naar Engeland. De tuinwijken (die, ook dat weten weinigen, op hun beurt geïnspireerd waren op de Vlaamse begijnhoven) zeiden hem wel wat en qua aanleg waren het de Engelse landschapsparken die model stonden, wat de Engelse schrijfwijze (“Park”; in het Catalaans “Parc”)) verklaart.

Anders dan de tuinwijken was het project bedoeld voor de begoeden. Vandaar allicht dat er een muur annex hek omheen moest en dat er twee gebouwen voor bewakers werden neergepoot.

Het project kwam evenwel niet van de grond. De kandidaat-kopers vonden dat het project te ver van de stad lag, wat in die tijd inderdaad ook nog zo was. In plaats van de voorziene 62 villa’s werden er maar twee gebouwd en één daarvan werd dan nog gekocht door Gaudi zelf (de twee villa’s werden overigens wel ontworpen door andere architecten). Na de dood van Güell in 1918 schonk de familie het domein aan de stad Barcelona. Die maakte er het publieke park van dat we vandaag kennen.

Een positieve evolutie dus die vandaag, als gevolg van de crisis die Spanje treft, dreigt te worden teruggedraaid. Het stadsbestuur van Barcelona overweegt immers om het park, dat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco staat, in concessie te geven aan de privésector. Daardoor zou het niet langer gratis toegankelijk zijn voor de toeristen en, vooral, voor de (vaak tuinloze) omwonenden.

Ik zou zeggen: “No pasaran!”

Railbook

Nog eens over die vrolijke perronmuren van de NMBS: het is gewoon een kwestie van tijd voor ze weer zullen zijn volgekribbeld. Want geef toe, zo’n grote grijze vlakken, voor iemand met een spuitbusarsenaal is dat toch gewoon één gigantische schone lei?

Daarop doordenkend, een misschien niet zo dwaas idee: waarom zouden we die wanden niet gewoon afwasbaar én beschrijfbaar maken, ik bedoel écht beschrijfbaar, officieel en door iedereen, in plaats van alleen door durvers bij nacht en ontij?

Reizigers zouden worden uitgenodigd om hun avond- en ochtendspitsvondigheden toe te vertrouwen aan de muur, berichten aan andere reizigers achter te laten, haikoe’s, hartenkreten en oneliners neer te pennen of fenomenale schetsen aan de openbaarheid prijs te geven. Stel u voor hoe anders het wachten zou zijn op dat perron. Van een individuele, vervelende geestdodende activiteit zou het eensklaps vervellen in een sociale, interactieve, geestverruimende ervaring die elke dag weer anders is: nu eens klaag- dan weer plaagmuur, nu eens poëtisch dan weer prozaïsch, maar altijd intrigerend, verrassend en… verbindend in de zin van gemeenschapsvormend.

“Wij, de mannen en vrouwen van perron 6″ – ik denk dat die mekaar iets te vertellen zouden kunnen hebben. Kortom, Facebook is zo’n geweldig idee dat het zonde zou zijn om het alleen maar virtueel te laten bestaan…

Lenteschoonmaak

Een tijdlang heb ik gedacht dat de NMBS de strijd tegen de graffiti had opgegeven. En dus verloren. Maar zie: sinds enkele dagen zijn alle panelen op de perrons schoongemaakt of vervangen.

En verdorie, nu ze daar zo staan, stijf gestreken in hun grijzig wit, begin ik zowaar empathie te voelen met de schilders van de nacht. Want geef toe: deze inspiratieloze eentonigheid vrààgt er gewoon om te worden gebroken.

Het resultaat van de grootscheepse schoonmaakactie zal dus wel niet meer zijn dan dat de graffitispuiters dra opnieuw  beginnen. Met een schone lei, zoals dat dan heet.

Zomaar een schoolomgeving

Vorige week zondag. Toen sneeuwengelen nog gewoon sneeuwengelen waren en klokkengelui mij nog geen kippenvel bezorgde. Dankbaar gebruik makend van het knooppuntennetwerk maken we een wandeling in de omgeving van Blauberg (Herselt), waar Willem Elsschot zijn jeugdvakanties doorbracht.

We passeren onder meer deze schoolomgeving in Wolfsdonk, een gehucht van Langdorp, die, hoewel verlaten, toch laat lezen hoe ze in de praktijk gebruikt wordt.

Er is aan de kinderen gedacht, zo doet ons de octopuspaal en het bordje ‘spelende kinderen’ geloven. Maar werd er ook vanuit de kinderen gedacht? Alleen al de krappe breedte van de stoep is een grond voor twijfel: hier kan geen moeder met twee bengels links en rechts wandelen, laat staan de grootvader kruisen die uit de andere richting komt. De auto heeft zijn maten opgelegd.

Kijk ook even naar de afgeschuinde boordstenen. Die roepen (zelfs op deze stille zondag):  ’wij zijn makkelijk overrijdbaar!’ En om dat nog eens extra te onderstrepen heeft men de paaltjes op het trottoir voor de school ver genoeg naar achter gezet, zodat foutparkeerders zeker geen hinder ondervinden. De voetgangers moeten het stellen met de ruimte achter de paaltjes die, op de momenten dat het erop aankomt, voor het grootste deel zal zijn ingenomen door fietsen in de niet overdekte stalling.

Bemerk ook hoe de snelheidsdrempel wél en het zebrapad niet voor de automobilisten is gemarkeerd met verticale elementen (paaltjes met reflectoren).  Trouwens, ook het verkeersbord waarschuwt de automobilisten wél voor de drempel en niet voor de oversteekplaats.

De verlichtingspaal is bovendien zo geplaatst dat op winterse ochtenden, wanneer het nog donker is, niet het zebrapad het meest verlicht zal zijn maar de ruimte er net naast.

Hoe goed bedoeld ook, wat dus op het eerste zicht een kindvriendelijke inrichting lijkt, is het in de praktijk allesbehalve.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers