RSS Feed

Maandelijks archief: januari 2012

Mobiliteitsdagboek: 31 januari

Voortraject met de fiets

Antwerpendag. Dat betekent ‘s ochtends de fiets op en naar het station spurten. Als ik het goed time ben ik de grote meute schoolkinderen net voor. Ben ik aan de late kant, dan zit ik er midden in. Dat maakt dan dat ik er iets langer over doe, maar verder valt het best mee: de meeste scholieren zijn gedisciplineerder dan hun reputatie. Vanmorgen weer geen politieagent aan het kruispunt met de drukke Ring. Doorgaans staat er één om de fietsers een veilige oversteek te garanderen aan de bypass die voor de auto’s buiten de verkeerslichten werd aangelegd. Enfin, dat denk ik toch. Sommige agenten lijken eerder prioriteit te geven aan het garanderen van de vlotte doorstroming van het autoverkeer. Maar vanochtend was er dus niemand en dat vind ik een probleem: een agent die er soms wel en soms niet staat, daar kan je niet op rekenen voor de veiligheid van je spruit.

Trein

De trein was stipt op tijd vandaag en zat helemaal vol: optimaal rendement! Meestal geniet ik van de rit die ik gebruik om rustig de krant door te nemen. Buffertijd tussen thuis en werk, voor mij alleen.

Natraject met de fiets

In Berchem Station loop ik naar fiets 2, een afdankertje, want alles wat beter is wordt of gestolen of gemolesteerd. Vervolgens het natraject, door Berchem en Antwerpen. Dat doe ik vaak met een treinvriendin die dezelfde kant uit moet. Omdat het autoverkeer in de stad een stuk agressiever is, fiets ik hier een stuk assertiever: ik eis m’n plek op straat op. Maar vrijwel elke dag is er wel één die het daar niet op begrepen heeft. Ook vandaag weer, een white van man die luid claxonerend inhaalt. Dat fietsers binnen de bebouwde kom het recht hebben om naast elkaar te fietsen is volgens mij nauwelijks bekend. Daar zou de Fietsersbond toch eens wat aan moeten doen.

‘s Avonds doe ik hetzelfde traject in omgekeerde zin. Het is koud, maar deugddoend koud.

Cijfers

Verplaatsingen: 2, telkens fiets-trein-fiets (in verplaatsingsonderzoeken wordt meestal alleen gevraagd naar het hoofdvervoermiddel, waardoor het belang van de fiets of te voet gaan stelselmatig wordt onderschat)

Fiets: 10km (motief: woon-werk)

Trein: 70km (motief: woon-werk)

Onverhard perron voor geharde reizigers…

Mobiliteitsdagboek: 30 januari 2012

De krant

Ik realiseer het me nu pas. Nog voor ik ben opgestaan heb ik al verkeer gegenereerd: de krant zit reeds in de brievenbus. Gebracht door de Post, met een rood autootje dat vermoedelijk voor nogal wat uitstoot zorgt. Rijden, stoppen, rijden, stoppen. Als we over quickwins spreken inzake emissies en energieverbruik, zou er hier dan geen te vinden zijn? Dat autootje (diesel? benzine?) vervangen door een elektrisch lichtgewichtvoertuig?

Of moet ik overwegen om elke dag iets vroeger op te staan en mijn krant zelf te gaan halen bij de krantenboer? Dat kost mij meer moeite én meer geld, want kranten maken hun abonnementen natuurlijk goedkoper dan de losse verkoop. ‘Natuurlijk’, want iedereen vindt deze keuze-architectuur (die de voor de krant meest wenselijke keuze het meest waarschijnlijk maakt) evident.

Over en weer naar school

Ik heb drie kinderen, verspreid over twee middelbare scholen die zich elk op nauwelijks een kilometer van ons huis bevinden. Dus gaan ze alle drie met de fiets. Vandaag echter maar twee: één van de drie heeft de boodschap mee gekregen dat de kans op lessen vandaag bijzonder klein is. Zo’n dag van verveling willen we hem besparen, dus blijft hij thuis. Omdat het een heel klein beetje gesneeuwd heeft en misschien glad is op de weg besluit ik mee te fietsen met de jongste.

Omdat we wat later zijn dan gewoonlijk (maar misschien niet alleen daarom) is de gebruikelijke file op de invalsweg naar het centrum niet present. Voor ons maakt het geen verschil, want we rijden die toch voorbij over het fietspad. Alhoewel: het is ook meteen duidelijk dat de kleinere hoeveelheid autoverkeer zorgt voor merkelijk sneller autoverkeer. Dat tezamen met de vaststelling dat sommige automobilisten niet de moeite hebben genomen hun achterruit en hun zijramen schoon te maken, waardoor ze de wereld slechts burkagewijs waarnemen, maakt dat ik toch blij ben dat ik even ben meegefietst. Het doet trouwens goed, even in de buitenlucht zijn. Straks zit ik de godganse dag binnen achter de computer.

Ik leer trouwens dat mijn zoon een andere route volgt dan ik dacht: hij neemt de kortste route naar de fietsenstalling van de school, wat betekent dat hij afslaat in een bocht waar niet alle automobilisten hun snelheid aanpassen. Ik probeer hem te overtuigen om morgen toch maar de andere route te nemen. Zijn reactie is lauw.

Staking

Opmerkelijk vanochtend op Radio 1: “slechts 29 km file” wordt er gezegd. En als verklaring wordt gegeven: veel mensen hebben een snipperdag genomen of werken thuis. Over stakers: geen woord. Nochtans ben ik er één van. Vorige keer staakte mijn echtgenote. Nu ik. Als middenklasser die het goed heeft, ben ik gerust bereid mijn steentje bij te dragen. Maar niet in de ‘iedereen-context’ die nu het debat bepaalt en die laat uitschijnen dat iedereen evenveel boter op het hoofd heeft en even veel lasten moet dragen. In de soap van de voorzitterswissel van STVV (voetbalclub St.-Truiden) kwam eventjes ter sprake hoeveel voorzitter Morenne verdiende: “maar 12.000 euro/maand, als CEO bij Kia verdiende ik drie keer meer”. Er zijn mensen die echt wel in een andere ‘klasse’ spelen. Laat ons dat alstublieft ook eens in het debat betrekken.

Improvisatietheater

Tussen ons gezegd en gezwegen is mijn hele leven één groot improvisatietheater. Daarom kunnen wat extra lessen impro geen kwaad. Vandaag was het de vierde in een reeks van zeven. De lessen gaan door in het CC van Heist o/d Berg en die verplaatsing doen we met de auto. Mijn vriend Herman en ik wisselen elkaar af. In principe toch, want vandaag was het zijn beurt maar gezien zijn Picasso voor een onderhoud in de garage stond was ik taxirijder van dienst. Vind ik niet erg, want ik ben een verschrikkelijk slechte mee-rijder. Niet leuk voor mezelf en nog minder voor de chauffeur.

Bij de terugkeer geven we nog een andere cursist een lift tot in Wiekevorst, zodat we de autorit redelijk kunnen verantwoorden. Onderweg vooral voorzichtige chauffeurs, al zijn er opvallend veel cyclopen bij: controleert de politie dan alleen maar de verlichting van de fietsers?

Cijfers

Totaal aantal verplaatsingen: 2

waarvan

te voet 0

fiets 1 (1,6 km; motief: tja… ‘iemand wegbrengen’ heet dat dan in de klassieke verplaatsingsonderzoeken)

auto 1 (Herentals-Heist o/d Berg H/T) (47km inclusief omleiding; motief: recreatief)

trein0

Mobiliteitsdagboek

Het niemandsland tussen twee computers heeft veel weg van een mijnenveld. Een virtueel dan wel, want ik wil me allerminst bezondigen aan de ontwaarding van woorden. Wat ik zeggen wil is dit: het is voorlopig behelpen geblazen met nog niet overgezette bestanden, een gecrashte harde schijf, voorlopige programma’s en definitieve programma’s die net dat tikkeltje anders zijn opdat ingesleten automatismen opnieuw denkwerk vereisen. Met dank aan de informatici die nog steeds producten ontwerpen met de logica van een andere planeet. “In jullie logica,” zo zei ik onlangs tegen een bevriend informaticus, “getuigt het van vooruitziendheid en gezond verstand als je een boek dat je bevalt dubbel aanschaft en twee keer in je boekenkast zet.” Waarop hij: “Toch niet in dezélfde boekenkast?” Voorts mag ik hem graag, maar die logica is niet direct de mijne. Met alle gevolgen van dien natuurlijk, want ook ik ben afhankelijk geworden van hun technologie.

Dit gezegd zijnde: ik heb me voorgenomen om in de maand februari een mobiliteitsdagboek bij te houden. De bedoeling is dat ik dagelijks verslag uitbreng van mijn verplaatsingen en de kleine en grote avonturen die daarmee gepaard gaan. Allicht zal dit weinig sensationele verhalen opleveren, maar allicht wel voor iedereen herkenbare. Verkeersgeschiedenissen, noem ik ze en ik denk dat we er wel wat uit kunnen leren. Het zijn de kleine en grote dingen die in belangrijke mate ons verplaatsingsgedrag bepalen, maar meestal onzichtbaar blijven in het woud van al dan niet relevante cijfergegevens waardoor ons mobiliteitsbeleid (al te vaak gereduceerd tot verkeersbeleid) overwoekerd wordt.

Bij wijze van voorsmaakje: hierboven een kiekje geoogst op het fietstochtje dat we vanmorgen maakten naar het van vrienden cadeau gekregen ontbijt. Het betreft een typisch beeld van hoe de rijweg voor de auto’s netjes wordt achtergelaten, terwijl het fietspad en het trottoir achtergelaten worden als een deel van de werf. Fietsers die er hun banden op kapot rijden zouden eigenlijk consequent hun onkostennota (herstelkosten, tijdverlies) moeten bezorgen aan de werfverantwoordelijken. Zo zouden automobilisten het toch doen, niet?

Het topje van de ijsberg

Opmerkelijk bericht deze week in de Gazet Van Antwerpen (24 januari): de verkeerspolitie presenteerde haar jaarcijfers van… 2010. Voor wie dit wel lang na datum vindt: dit is razendsnel naar Belgische normen. De Antwerpse verkeerspolitie staat in dit land aan de top inzake accuraatheid van ongevallenregistratie. Dat is meteen één van de verklaringen waarom Antwerpen bekend staat als één van de meest verkeersonveilige steden van België: het ‘dark number’ is er gewoon kleiner. 

Behalve de gebruikelijke doden (17, waarvan 9 voetgangers) en net aan de dood ontsnapten (de zwaargewonden en de lichtgewonden, degenen die écht geluk hadden worden nooit geteld) bevatte het artikel ook volgende zinssnede: “54.223 Dit zijn (sic) het aantal chauffeurs die in 2010 hun wagen op onder meer een trottoir, een fietspad of een zebrapad parkeerden.” 

Helaas, was het maar waar. Zo fabelachtig is de accuraatheid van de Antwerpse verkeerspolitie nu ook weer niet. Wat er moest staan, is natuurlijk iets heel anders: 54.223 chauffeurs werden bekeurd voor dit asociaal gedrag. Het aantal dat zich er werkelijk aan bezondigde is, zoals elke zachte weggebruiker in de koekenstad uit ondervinding weet, vele malen groter. 

Het is erg dat een journalist dit onderscheid niet weet te maken. Maar het is nog veel erger als een organisatie als het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid (BIVV) die fout maakt. Bijvoorbeeld door zich op de borst te kloppen dat er tijdens de afgelopen BOB-campagne zo weinig chauffeurs te veel gedronken hadden. Woordvoerster Sofie Van Damme: “3,3% procent positieve bestuurders is echt wel een heel mooi resultaat.” Een beetje schrijnend toch wel dat een journalist, in casu Yves Delepeleire van De Standaard,  het BIVV moet waarschuwen voor al te veel euforie: “Omdat de alcoholcontroles in enkele weken worden geconcentreerd (en nog meestal uitlekken ook), is de Belg meer op zijn hoede. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij zijn gedrag wijzigt. Zolang de alcoholcontroles in de rest van het jaar niet ook drastisch worden opgetrokken, is het zoals met de flitspaal: als de Belg hem weet staan, gaat hij op de rem staan, om daarna weer op te trekken.” Of anders gezegd: het is altijd feest als Bob weg is.

De opstand van de stilstaanden

Herinnert u het zich nog, een tijdje geleden? Danny Smagghe stelde voor om de files te verkorten door geaccidenteerde voertuigen te takelen met de al dan niet overleden passagiers er nog in (zie eerder blogbericht ‘Touring Zegenhulp’). De verontwaardiging in het land was zo groot dat het zelfs Smagghe zelf niet onberoerd liet. Hij was verkeerd begrepen en stak zelfs een hand in eigen boezem: hij had zich wat ongelukkig uitgedrukt. No problem, zeiden wij, want de ijverige woordvoerder beloofde zich een tijdje gedeisd te houden. 

Nu ja. Gedeisd is een relatief begrip in Smagghes wereld, maar toch: het was een verademing om niet elke week door derden te worden aangeklampt met de vraag naar mijn reactie op voorstel X of Y.

Helaas. De bezinningsperiode is blijkbaar voorbij. En wat meer is: ze heeft niet geholpen. Wie gedacht had dat de limieten bereikt waren, is er aan voor de moeite. Het nieuwste baken: een vakbond voor automobilisten die de boel gaat platleggen.

Hé, doen ze dat vandaag dan al niet? Van Herentals tot Antwerpen: stilstand. Van Mechelen tot Brussel: stilstand. Van Brecht tot Antwerpen: stilstand. Rondom Antwerpen: alles plat. Enzovoort.

Dat kan het dus niet wezen. Het moet wel zijn dat eigenlijk wordt bedoeld: we dreigen ermee thuis te blijven. Heerlijke gedachte! Bij nader inzien is die Smagghe zo kwaad nog niet.

www.knack.be/nieuws/belgie/automobilisten-moeten-in-opstand-komen/article-4000033633806.htm?nb-handled=true&utm_source=Newsletter-23-01-2012

XXL

Paul Huybrechts, de voorzitter van de Vlaamse vereniging van beleggers (niet van boterhammen), liet vorige week in een hartstochtelijk pleidooi tegen het vermogenskadaster over onze volksaard het volgende optekenen: “Vlamingen lopen niet te koop met hun bezittingen (…). De discretie is, zeker in Vlaanderen, cultureel zeer diep ingebakken en wie daar geen respect voor kan opbrengen, zou kunnen schrikken bij een volgende confrontatie met de kiezer.” (De Standaard 20 januari)

Vreemd, maar op straat merk ik maar weinig van die discretie. Ik heb eerder het gevoel dat ik mij permanent op het Autosalon bevind. Of is deze perceptie alleen maar perceptie?

“De heksenjacht op de breedste schouders” heette het opiniestuk van Huybrechts. Alvast deze brede schouders, van een Aston Martin die zijn ‘XXL’ draagt met trots, schijnen er geen schrik van te hebben en laten het breed hangen.

De looplijn misgelopen

Het blijft me fascineren hoe ontwerpers consequent dezelfde fouten blijven maken. Neem nu dit parkje in het centrum van Heist op den Berg: een mooi initiatief dat letterlijk en figuurlijk  adem geeft aan de winkelstraat.

Maar dan wordt er een pad aangelegd dat de logische looplijnen compleet negeert. Als een voetganger van a naar b wil, dan neemt hij de kortste route – zeker als hij zijn doel al kan zien. Je zou denken dat zoiets het eerste is wat ze een ontwerper leren: “kijk naar de looplijnen”. Niet dus. Deze planner verwachtte dat de wandelaars in het zicht van hun bestemming een hoek van 90° zouden maken en een omweg van enkele tientallen meter. Tja, zo werkt dat niet. En dus is er binnen de kortste keren een ‘wissel’ ontstaan, een informeel paadje tussen de beplanting.

Als het gemeentebestuur nu verstandig is verhardt het dat spontane paadje, zodat de ontwerpersfout gecorrigeerd is.

Als het niet verstandig is, zet het paaltjes of een hek. Ik ben benieuwd.

Het langste zebrapad

Het langste zebrapad ter wereld? Het zal wel niet. De Chinezen zijn tegenwoordig in weinig nog te kloppen. Neemt niet weg dat dit exemplaar in het Vlaamse Heist op den Berg er mag wezen. Kennelijk een creatieve oplossing voor een straatje dat te smal was voor een echte stoep en bij gebrek aan geld of politieke moed om er een ‘woonerf’ van te maken. In ieder geval: een vrij unieke ‘shared space’.

Ruimtelijk plan trekken

Foto: Thierry Jiménez-Scholberg

In Amerika komt de ene shopping mall na de andere leeg te staan, maar in Brussel kan het blijkbaar nooit mal genoeg zijn. Hier plannen ze er in één keer drie. Nu ja, plannen. Het is een groot woord in een land dat zich er (zelfs bij monde van één van haar minister-presidenten) op laat voorstaan dat z’n ingezetenen sterker zijn ‘in zijn plan trekken’. In dit geval lijkt vooral het Lot te plannen. Want heeft u het ook al bemerkt? Eigenlijk is er niemand die deze shoppingcentra wil. En toch worden er positieve adviezen afgeleverd. Rara, hoe kan dat?

De Vlaamse Regering keurde een ‘Winkelnota’ goed die tot doel heeft de lokale middenstand meer ademruimte te geven. Shoppingcentra staan diametraal tegenover alle principes die de Vlaamse Regering in haar nota naar voor schuift. Waarom wordt er dan toch een vergunning afgeleverd? Omdat Vlaanderen met de ontwikkelaars een brownfieldconvenant heeft afgesloten waarin het een aantal verplichtingen op zich heeft genomen. Geen vergunning verlenen zou betekenen dat die verplichtingen niet kunnen worden nagekomen en dat er een schadevergoeding zou moeten worden betaald. Maar heeft er al eens iemand berekend of die (eventuele, want juridisch niet eens vanzelfsprekende) schadevergoedingen misschien niet lager uitkomen dan alle kosten wanneer de deal toch doorgaat, gaande van extra tramlijnen (aan te leggen door De Lijn die moet besparen!) tot de kosten verbonden aan de stervensbegeleiding van de lokale middenstand?

De Brusselse Gewestregering doet het zo mogelijk nog straffer. Die is ook tegen, maar kan naar eigen zeggen “niet anders” dan een gunstig advies geven omdat de aanvraag op papier voldoet aan alle voorwaarden.

Qué? Zit er dan niet iets grondig fout in onze vergunningsprocedures, als overheden zich gedwongen zien vergunningen af te leveren voor projecten waarover iedereen het eens is dat ze maatschappelijk ongewenst zijn? Maar ook hier worden geen lessen getrokken. Verder dan de vaststelling komt men niet. Geen politicus die voorstelt om de procedures dan maar eens kritisch tegen het licht te houden. Een inhoudelijke staatshervorming met een directe band met de realiteit, het zou nochtans nog eens iets nieuws zijn.

Intussen lijken ze in Machelen, waar Uplace zou komen, het zekere voor het onzekere te kiezen. Ze zijn alvast begonnen obstakels op te werpen op het terrein. De slag is nog niet verloren!

Te gast in Wonderland

 

Ik vond dat zelfs een krant af en toe een sprookje kan verdragen. Vandaar deze bijdrage aan De Standaard van vandaag:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=FC3KOQHS

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 42 other followers